Vakantiemodus

Ik zal deze blog beginnen met verontschuldigingen naar mijn lieve, trouwe volgers, naar mijn alter ego Mama-Ri, naar iedereen die mijn ‘sorry’ ontvangen wil. Ik ben echt heel lui geweest: Ik heb gewoon bijna 3 weken geen fatsoenlijke blog geschreven, terwijl mijn streven was om iedere week bij te blijven. Mijn laatste blog Campinglife was de aftrap van onze zomervakantie en ik ben me er bewust van dat ik het woord vakantie daarna wel erg serieus heb genomen. Daarom wil ik het bij deze proberen goed te maken met een extra lange blog over onze vakantietaferelen.  

Komt ‘ie dan hè!

Zeker vanaf begin juli kropen de dagen voorbij terwijl wij aan het aftellen waren naar ons avontuur. Hoe oud je ook bent, het aftellen naar je vakantie blijft best leuk. Leuk en een ietsiepietsie beetje stressvol tegelijk, zoals jullie hebben kunnen lezen in mijn eerdere blog: Inpakstress. Af en toe sturen we in de groepsapp aftel-berichtjes, hele flauwe, met het aantal dagen, uren, minuten tot ons vertrek. In diezelfde app houden we elkaar op de hoogte over de laatste recensies en ik wijs mijn medereizigers vooral heel graag op de nieuwste filmpjes van het enorme buffet aldaar. Als je ons ziet, zou je het waarschijnlijk niet zeggen, maar wij zijn gék op eten. Dus wat mag er niet ontbreken aan een goede vakantie? Juist:

FOOD

Eerder schreef ik dus over de voorbereidingen van onze eerste, echte vakantie met onze dochter van anderhalf. Voor de oplettende lezer: 1 jaar en 7 maanden, oftewel (ik voel een allergie opkomen) 19 maanden. Ja, helder, je weet wel, gewoon een jong kind met een enorme eigen wil. Een jong kind waarvan ik dacht, of stiekem hoopte, dat ze heerlijk zou gaan slapen onderweg naar onze bestemming. Want wat hadden wij twee top vluchttijden joh! ’s Ochtends om half 6 heen en ’s avonds om half 10 pas weer terug. Hierdoor konden we optimaal gebruik maken van onze vakantiedagen. Ideaal en optimaal.

Maar niets is wat het lijkt met een kind van anderhalf…

Op de vertrekdag ben ik zenuwachtig as hell, vraag me niet waarom, ik heb namelijk alles al weken prima onder controle. In mijn hoofd kan ik relativeren wat ik wil, maar die spanning in mijn lijf blijft zitten waar die zit. (Gevalletje: accepteer het nou maar, anders heb je er alleen maar meer last van.) Zo rommelen we de laatste dag wat aan en doen we een poging om, vrijwel tegelijk met ons meisje, naar bed te gaan om in ieder geval een paar uurtjes slaap te pakken. Half 8 naar bed, je raadt het niet, we doen natuurlijk geen oog dicht. Dus besluiten we na een heleboel gemopper en gedraai, een half uur eerder dan nodig, uit bed te gaan. Lars brengt de koffers naar mijn vader (ideaal, de goede man woont een straat verderop) en ik pak de laatste dingen voor in de handbagage. Wanneer ik uiteindelijk ons meisje uit bed haal, begroet ze me alsof het de normaalste zaak van de wereld is om om 1 uur ’s nachts uit bed gehaald te worden. Zo rustig mogelijk zeggen we beneden ons gevleugelde meisje gedag (niet dat zij teruggroet als ze ligt te slapen, maar oké) en zo vertrekken we richting mijn vader. Ook opa en ome ‘Coco’ hebben een ietwat afwijkende nachtrust gehad, ze staan nog net niet achter de voordeur op ons te wachten en duiken vrijwel direct de kinderwagen in. En ja hoor, midden in de nacht, maar onze kleine reiziger staat de komende nacht dus gewoon AAN.

Helemaal super, of toch niet.

De taxi staat vrij snel voor de deur, dat is op zich helemaal super. Hij heeft alleen niet de aangevraagde kinderstoel bij zich, maar goed, ik laat me niet kennen en neem haar ‘wel even’ op schoot. Als het straks drieënhalf uur moet, dan lukt dit ritje van een kwartier ook wel. Nou niet echt, maar we komen aan op de luchthaven en staan er verder maar niet te lang bij stil. We lopen zo snel mogelijk naar ‘Tate’ (tante) en Ome ‘Toto’ met onze koffers op zo’n vliegveldkar, zo’n klereding dat alleen rijdt als je de dubbele handgreep inknijpt, waar je echt enorme (sterke) handen voor nodig hebt. Mooi geregeld, deze mama zorgt voor haar kleine meisje en iemand anders regelt die rotte kofferkar maar. We checken de koffers in, deze blijven lekker op de weegschaal staan, er is een storing. Achter ons vormt een enorme rij, maar ons geeft het niks, onze koffers zijn gewogen dus wij mogen doorlopen. Door proberen te lopen want onze tickets werken niet. Blijft raar als je bij de verkeerde gate probeert in te checken. Onze vakantie begint al weer erg typisch, als zeg ik het zelf.

Het went hoor, echt.

Na de douane eten we een veel te dure burger, we drinken een veel te dure kop koffie om de nacht te overleven en vertrekken richting het vliegtuig. De kleine dame is inmiddels echt niet meer van plan in de kinderwagen te blijven zitten en vliegt als een soort pingpongbal door de enorme hallen van de luchthaven. Ze trekt dan ook redelijk wat bekijks: ze kruipt onder de meest onmogelijke hekjes door, breekt bijna haar hele lichaam terwijl die lieve vrouwenstem nog roept: ‘Mind your step’ en ze kust wildvreemde kinderen die ook geen oog dicht hebben gedaan vannacht. Gelukkig kunnen mensen wel lachen om haar en haar ongeremde gedrag en zo zorgt ze voor wat vertier voor menig wachtende reiziger. Om half 6 zitten we dan eindelijk in het vliegtuig, ze is nog altijd spring- en springlevend en ik begin toch wel lichtelijk te vrezen voor de komende drieënhalf uur. Tijdens die paar uur wachten op de luchthaven, spoken er normaal allerlei onnozele vragen door mijn hoofd, maar deze was mij nog niet bekend:

‘Hoelang zal ze dit nog volhouden?’

Het antwoord komt vrij snel: ongeveer een uur. Na een spelletje, een filmpje, een knuffel en een schone luier, komt daar de verlossing: een lekkere, volle fles en haar ogen vallen dicht. Zo zit ik dus nog zeker 2 uur, met mijn ruggengraat in een S-vorm, op mijn arm een kind van een kilo of 12, tussen mijn voeten een ontplofte luiertas met alle crisisbenodigdheden voor een vierling en het enige dat ik kan doen, is met mijn  andere arm het raampje naast mij open en dicht doen of iets proberen te pakken wat binnen handbereik ligt. Alles voor de nachtrust van mijn meisje. Grapje, voor de nachtrust van het hele vliegtuig.

Spoiler!! Nou niet meteen doorscrollen, maar dit loopt op de terugweg nét iets anders.

De landing wordt ingezet.

Met dubbele gevoelens hoor ik een mannenstem vertellen dat de landing wordt ingezet. Ook vertelt hij wat de temperatuur en tijd op onze bestemming is en we worden vriendelijk, doch dringend, verzocht onze gordels om te doen. Dus ook die kindergordel… Terwijl ik eigenlijk heel blij ben dat ze nog even slaapt, wurmen Lars en ik haar samen, op zeer subtiele wijze in haar eigen gordeltje, terwijl ik een poging doe mijn gordel vast te klikken met een kind languit op schoot. Ze gaf tijdens het opstijgen geen kick, toch vind ik de daling ook best spannend, maar waarom?! Als we bijna op de grond staan, doet mevrouw haar ogen een keer open, de motoren beginnen te remmen en haar reactie is enkel: ‘Waaaauuuw’.

Hallo Turkije!

Held die hij is, heeft mijn vader een hotel uitgezocht dat heel dichtbij de luchthaven ligt. Ik zal het nog sterker vertellen, we stappen niet in zo’n touringcar, maar in een 6 persoonsbusje met geblindeerde ramen en leren bekleding waarin we direct gratis flesjes water aangeboden krijgen. Wederom geen kinderstoel, daar doen ze in Turkije niet aan. Dus, hoppa, met de kleine druktemaker in het midden vertrekken we nu écht naar ons hotel. Als niet een van ons zijn koffer had laten staan, maar deze is gelukkig snel terecht.

In het hotel aangekomen, leuk zo’n nachtvlucht, zijn de kamers nog niet klaar. Dus als schrale troost, duiken we direct het restaurant in voor ons ontbijt. Hierop volgt een rare dag, zonder ritme. Volgens mij doen we allemaal mee aan het middagslaapje van de kleinste, testen we even de watertemperatuur in één van de zwembaden, eten we wat, bestellen we een paar Mojito’s en belanden vrij op tijd in bed, omdat iedereen kapot is.

(Een klein pijnlijk festivalmama-momentje: We maken nog een paar foto’s met de Dominator-vlag die ik gewonnen heb en sturen deze naar de organisatie. De meest uiteenlopende emoties maken ruzie in mijn festivalmama-hoofd. Eigenlijk kon ik hem namelijk laten signeren door mijn favoriete DJ (Korsakoff) op mijn favoriete festival, maar de dag dat Dominator is, zat ik dus al in Turkije. Goed… Het doet zeer, maar ik waag later zeker nog een poging….)

De volgende dag zorgen we dat we op tijd bij de reisleidster zijn, we luisteren naar haar verhaal over veel te dure excursies, vinden haar eigenlijk allemaal maar een opdringerig mens, we maken een vervolgafspraak voor die avond en vergeten die afspraak allemaal. Echt, per ongeluk…

En de daarop volgende dagen:

Nou moet ik bekennen dat de komende dagen veel op elkaar lijken. We doen een poging gezamenlijk te ontbijten, mijn favoriete maaltijd, ook al moet ik alleen. Iedere dag vers gebakken omeletten met wat je er maar op wilt, croissantjes, broodjes, tosti’s, worst, fruit, je kunt het zo gek niet bedenken, en ons meisje hapt overal wat mee. Niet echt overbodig met een gemiddelde temperatuur van 35 graden: we gaan zwemmen, glijden, bommetjes maken en ons meisje doet overal aan mee. Als het aan haar ligt, raast ze de hele dag door, maar we lassen verplicht een middagdutje in en doen daar zelf ook heerlijk aan mee. Het dinerbuffet gaat om 7 uur pas open, normaal gaat ze dan al naar bed, maar ze prikt gewoon weer een vorkje mee. ’s Avonds naar de kinderdisco, de shows in het amfitheater of shoppen in de stad en ons meisje gaat met ons mee. Soms verandert ons plan door haar krijsconcert, soms valt ze in slaap in de wagen, wij bewegen gewoon met haar mee.

Verder gaan we jetskiën, parasailen (uiteraard zonder kind), naar een markt in een stad verder op, we zoeken een telefoonwinkel omdat een van ons zijn waterdichte telefoon heeft weten te verdrinken, we kopen kleding, cadeautjes en souvenirs, oftewel we doen wat een toerist doet. Met of zonder kind. En dan nu een gênante bijkomstigheid met kind: we verontschuldigen onszelf 2 (!!!!) keer, tegenover alle ouders bij het kinderbad, omdat door onze dochter het bad moet worden gereinigd. Eigenlijk wil ik hier nooit meer aan terug denken en ik ga dan ook niet in detail uitleggen waar ik op doel, één ding weet ik wel: ik koop nooit meer zwemluiers bij die ene drogisterij….

Na ruim een week, breekt de laatste dag aan.

De dag waarop alle ouders nog altijd even aardig doen, maar ik mijzelf en mijn dochter eigenlijk niet meer durf te laten zien bij het kinderbad. Ze zeggen het allemaal en ik weet het ook heus wel, dit kan iedereen overkomen, maar ik schaam me de ogen uit mijn kop…

De laatste uurtjes…

De laatste uurtjes brengen we door in de lobby. We hebben, godzijdank, een kamer weten te behouden tot 3 uur, waardoor onze draak wel een middagslaapje heeft kunnen doen. De rit naar de luchthaven duurt langer dan de heenweg, deze keer mogen we wel mee met zo’n fantastische touringbus en zijn we zeker niet een van de laatste hotels waar hij mensen moet ophalen.

En dan komt het leukste deel van de vakantie…

Daar sta je dan, op een luchthaven die nog veel kan leren van die van ons. De rijen mensen lachen ons al toe, terwijl we de bus nog niet uit zijn. Eerst door een metaaldetector en fouillering. Echt niet dat ze je even helpen met je rondrennende dochter, dan wel met je kinderwagen op die band leggen. En een vraag beantwoorden? Ho maar! Ik kan het hem eigenlijk niet eens kwalijk nemen, hij wordt natuurlijk continu aangestaard door die enorme mensenmassa achter me. Dacht ik dat overleefd te hebben, kunnen we de koffers nog niet inchecken. Ik maak voor de kleine een flesje en loop wat heen en weer in die overvolle hal met mensen. Wát een prikkels, voor mij al, laat staan voor zo’n kleintje. Met een XL hydrofiel probeer ik haar hiervan af te schermen, maar wat is er nou leuker dan die doek van de wagen af te trekken. Poging 1 is mislukt en maar goed ook, want na de koffers en de douane volgt er spontaan nog een metaaldetector en fouillering. Dus… Zij weer uit de kinderwagen, deze keer hebben we geleerd van de vorige controle dus mijn lieftallige familieleden zorgen voor onze handbagage en de kinderwagen. Ik loop met mijn dochter door de metaaldetector die nu opeens wel af gaat. Deze mevrouw is net zo aardig als de meneer bij de vorige controle en roept: ‘Baby’, terwijl ze mijn dochter uit mijn handen grist en gebaart dat ik nog een keer door de detector moet. Dit keer gaat hij niet af, mijn zusje zorgt dat de wagen klaar staat, we worden nog even vluchtig gefouilleerd en dan zou je toch wel zeggen dat je de controles gehad hebt. Tot we bij de gate in de zoveelste rij gaan staan, waar serieus mensen hun hele tassen worden leeggehaald en gecontroleerd worden op drugs of explosieven, ik heb eigenlijk geen idee. In ieder geval, ook al heb ik niks te vrezen, hier word ik toch vrij moedeloos van. Mijn gebeden worden gehoord, uh nee daar doe ik niet aan, maar gelukkig mogen wij zo doorlopen de bus in.

Inmiddels is het bijna half 10 en nog steeds slaapt het meisje niet.

Weer begin ik me zorgen te maken, dit kan twee kanten op en helaas, deze ronde valt het kwartje de verkeerde kant op. Na tien spelletjes, tien filmpjes, tien knuffels en een schone luier, komt daar de zoveelste fles, maar haar ogen vallen niet dicht. Zo tobben we nog een uur aan en wordt de kleine dame steeds meer onhandelbaar. Gelukkig is hij daar, mijn steun en toeverlaat, de papa die het nu over een andere boeg gaat gooien. De boeg waar ik nooit voor had gekozen, maar die wel resultaat heeft. Hij presteert het om haar in slaap te krijgen door haar een minuut of 10 in een houdgreep te houden, en je begrijpt het wel, daarop volgt gekrijs. Ik maak geen grapje, ik bedoel ook écht gekrijs. Waar ik ieder moment in huilen uit kan barsten, omdat mijn moederhart breekt, heb ik gelukkig aan mijn andere zijde, mijn zusje die mij probeert te kalmeren. En halleluja het is hem gelukt! Deze vlucht is het papa die dus nog zeker 2 uur, met zijn ruggengraat in een S-vorm mag blijven zitten, met op zijn arm een kind van een kilo of 12 en tussen zijn voeten een ontplofte luiertas. Zoals ik al zei: Alles voor de nachtrust van mijn meisje en die van het hele vliegtuig.

Hoe ongelofelijk ook, voor ik het weet, zit ik gewoon weer op mijn eigen vertrouwde bank, achter mijn eigen vertrouwde laptop, met op de achtergrond het keiharde gekletter van een typisch Nederlands zomerverschijnsel: regen!

Ja hoor, wat mij betreft kan het volgende feest beginnen:
We gaan aftellen naar kerst!

Campinglife

Inmiddels is onze zomervakantie begonnen (HOERAAAA) en om de vakantie af te trappen, zijn wij dit weekend naar de camping geweest. Burgerlijk, als gezinnetje, naar vrienden.

Op de dag van vertrek leggen we ons meisje ’s middags extra vroeg op bed, zodat ze hopelijk weer op tijd wakker wordt en we dus op een enigszins schappelijke tijd kunnen vertrekken. Wanneer zij slaapt, en precies op zo’n dag heeft zij daar dus een andere mening over, pakken wij de auto in. Nouja, je kent het wel: mama pakt alles in en papa propt het in de auto. Uiteindelijk zit de auto zo vol dat de buren denken dat we een wereldreis gaan maken en waarschijnlijk zijn we daar ook nog bijna op voorbereid. Opgestapeld ‘op z’n papa’s’, de luiertas inclusief speeltjes, koekjes en flesje onder het campingbedje en de koelbox dusdanig ver weg, dat we onderweg meteen moeten stoppen om wat te drinken voor onszelf te scoren. Eenmaal de deur uit, bedenken we ons aan het eind van de straat, gelukkig daar, dat we iets essentieels zijn vergeten: opladers. Wie kan er tegenwoordig nog zonder…

Eenmaal op de camping, doen we wat men op de camping hoort te doen, weer of geen weer!

De BBQ gaat aan, we eten onszelf zo goed als vol aan het stokbrood, eten ook nog eens zoveel vlees als we normaal in een week eten en overal gaat kruidenboter of saus op. Behalve als je ons meisje van anderhalf bent. Zij zit, zo zoet als ze soms is, anderhalf uur in de bekende, witte kinderstoel, van die grote winkelketen (dat ding is toch zó ideaal), met op haar blad een uit elkaar getrokken komkommertje, stokbroodje en worstje. In stukjes, eigenhandig gekneed en door elkaar gemixt. Alles wat je aan haar geeft, wordt grondig geïnspecteerd, in de mond gestopt, er nog even uitgehaald, waarna er 2 opties overblijven: de grond of nogmaals de mond. Terwijl andere, oudere kinderen om ons en de ideale witte stoel heen spelen, kijkt zij de tafel rond of er nog iets te halen valt. Iets wat haar gemakkelijk af gaat, met haar blonde krullen en grote blauwe puppyogen. Genieten XL.

Verder staat ons weekend in het teken van buiten zijn, zwemmen, beetje borrelen, socializen, spelen met andere kinderen (en alle ‘woefwoefs’ niet te vergeten) en gaan we op zaterdagavond, nog burgerlijker, naar de bingo. Zo sluiten Lars en ik een dealtje: ik mag, zonder kind, naar de bingo als hij later dit weekend, zonder kind, met zijn metaaldetector de bossen in mag. Win-Win, wat mij betreft.

Win-Win-Win moet ik eigenlijk zeggen.

Met nog net geen schaamrood op mijn wangen, sta ik binnen no time aan de prijzentafel. En beeld je in: aan de eerste tafel, direct naast de prijzentafel, zitten dus de ‘vaste gasten’. Oftewel de dames (en een enkele, verdwaalde heer) die al 100+ jaar op deze camping staan en dus iedere gast die langer dan een weekend komt, bij naam kennen. En mij dus niet… Na een ‘normale’ prijs, weet ik in de laatste ronde, ook nog eens een van de hoofdprijzen in de wacht te slepen, terwijl ik vanaf tafel 1 weinig ‘Bingo’ heb horen roepen. Tijdens het uitzoeken bedenk ik me spontaan, dat die grote doos met speelgoed, misschien helemaal niet in onze overvolle, wereldreisauto past. Maar dat maakt me niet uit, desnoods neemt Lars hem maar op schoot, ik kies die dure set. Die kan voorlopig nog wat maandjes op zolder logeren en aangezien de bingo maar €10 kostte, hebben wij het eerst dure, maar dus goedkope Sinterklaascadeau al binnen.

En dat in de zomervakantie, Win-Win-Winst.

Gek genoeg vliegt zo’n weekend altijd veel te snel voorbij, past alles weer in de auto en hoeft, godzijdank, niemand de hele terugreis te doorstaan met een flinke doos speelgoed op schoot. Zo rijden we, en rijden we, tot het etenstijd is, zingen we een liedje voor de overvolle achterbank (waar meer tassen liggen dan kinderen), laat onze dochter weten dat zij niet meer stil wil zitten, althans zo interpreteer ik die specifieke gil met het volume van een mishandelde kaketoe, dus stoppen we bij het eerstvolgende wegrestaurant. Een fastfoodketen waar ik er op de parkeerplaats achter kom, dat ik de kaketoegil verkeerd heb begrepen, want mevrouw is van haar knieën tot haar navel nat. Zeiknat… We besluiten dus snel via zo’n zuil iets te bestellen, Lars wacht op het eten en ik zoek het toilet. Nou ja, de verschoontafel, of hoe je dat ding wil noemen. Het kan me niet schelen, die kleding moet uit en wel nu. En ja hoor, wat een verrassing, daar moet je kleingeld (€0,70 cent, serieus?!) in gooien en laat Lars nu aan de andere kant van die fastfoodtent staan met de portemonnee. Dus besluit ik haar op de bank te leggen, ja, óp een verschoningsmatje, in een hoekje ergens ver achterin waar niemand zit te eten en dus niemand ons ziet. Niemand, behalve die ene schoonmaker, die ziet ons natuurlijk wel. Hij vertelt mij, in zijn gebrekkig Nederlands, dat ik dit hier echt niet mag doen en wijst naar de WC. Ik vertel hem, op standje ‘mishandelde moeder kaketoe’, dat ik net een bestelling van meer dan €20 heb gedaan, dus uit principe al niet ga betalen voor het toilet én dat ik de portemonnee niet heb meegenomen, omdat ik, gek genoeg, zo snel mogelijk mijn dochter om wil kleden. ‘Mag niet’ is het antwoord, waarop ik hem verzoek, nu op standje ‘mishandelde en bijna-ontploffende moeder kaketoe’, er dan maar een beveiliger bij te gaan halen om mij uit deze fastfoodtent te verwijderen. Ik ga door, mijn dochter krijst door en de schoonmaker gaat ook door. Door met lopen en geshockeerd kijken, hoe ik mijn dochter uit de kleren help.

En dan nu graag iets te eten…

Enkele minuten later komt Lars boven, blij als hij is, met onze bestelling. Halleluja, als ze Papa met patat ziet, kan ze opeens wel stoppen met krijsen. Ook die arme schoonmaker stopt met geschokt rond lopen. Sterker nog, mijn complimenten, hij komt zijn excuses aanbieden. Dat mag dan ook wel even gezegd worden. Verder probeert hij ons, volgens mij, iets duidelijk te maken dat het regels zijn en dat ik de luier wel in de prullenbak moet gooien. Je meent het?! Net of ik van plan was die overvolle luier 15 tafels verder bij het eerste de beste, etende echtpaar op tafel te gaan leggen. Maar vooruit, eind goed, al goed. Ze is weer droog, eet patat, likt aan het rietje van mijn milkshake en oogt gelukkig.

Gelukkig, net als ik ons weekend op de burgerlijke camping graag zou omschrijven. Even weg, in de natuur, met leuke mensen, en helemaal aan het begin van onze zomervakantie vol met nog meer gelukkige plannen. Wordt dus zeker vervolgd.

Zo ingewikkeld als het klinkt, zo simpel kan het geluk soms zijn…

Inpakstress

Juni, juli, augustus, vakantie tijd. Het hele jaar werken we (veel te) hard, dus in de zomer willen we massaal de deur uit. Gewoon, op ons dooie gemakkie, de hele dag een beetje relaxen. Vooral veel eten en drinken, lekker in de zon, camping, hotelletje, het maakt niet uit, maar in ieder geval geen kopzorgen.
HAHA, geen kopzorgen?

Voordat je op je bestemming bent, is het daar: kopzorg met een hoofdletter K én dikgedrukt:
Inpakstress.

Het kan een slechte eigenschap van mij alleen zijn, dat denk ik niet, maar ik ben dus een van die mensen die enorm veel last heeft van inpakstress. Waar Lars één dag, wat zeg ik, het liefst een paar uur voor vertrek, eens gaat bedenken waar zijn koffer eigenlijk is, denk ik al weken na over van alles. Over nuttige dingen, die ik mee moet nemen, of moet regelen, en over bullshit. Ik noem het maar even op z’n Hollands, gewoon zoals het is, ik weet zelf ook net zo goed, het is gewoon bullshit. Mocht ik die onzin dingen niet doen, of niet mee hebben, dan regel ik ze daar. Maar toch, ik kan er niks aan doen, ik schrik midden in de nacht wakker, 3 weken voor vertrek en denk dat ik wel moet zorgen dat dat mega grote badlaken gewassen is. En vrijwel direct corrigeer ik mezelf, want ik ga naar een 5 sterren All-in resort, dus ik hoef helemaal geen badlakens mee te nemen…

En we slapen weer verder…

Zonder kind, had ik hier al een handje van. ‘Een handje van’ klinkt alsof ik het zelf heel leuk vind, maar dat is dus echt niet zo. Ik heb er last van, écht, net als dat Lars er last van heeft. Of vul ik dat nu voor hem in, ik weet eigenlijk helemaal niet of Lars daar last van heeft. Het is op zich ook best wel makkelijk om gewoon te weten dat je vriendin toch alles, én nog veel meer, heeft ingepakt.

Zo roep je maar een kwaaltje en ik trek mijn medicijnkast open:

– Maagtabletten, diareeremmers, de hele mikmak: ze koken daar altijd met zoveel olie.
– Crèmetje voor dit, zalfje voor dat: ik loop namelijk altijd van alles op in zo’n land. Van uitslag tot eczeem, je wordt er doodziek van, zeker als je de juiste rommeltjes niet bij je hebt.
– Anti-muggen-citronella-stinkzooi, en mocht je dan toch gestoken worden, iets wat de prik weghaalt en wacht! Ik moet nog zo’n uitzuigsetje kopen.
– En natuurlijk de simpele paracetamols, overal goed voor en vergeet niet: all-in betekent ook all-in-alcohol.

(‘Zonder kind’ zei ik net hè, de laatste keer dat wij all-in-alcohol op vakantie gingen, was vóór de geboorte van onze dochter.)

Goed, dit jaar staat er dus weer een 5* resort op de planning en de voorbereidingen zijn, in mijn hoofd, al lang in volle gang. Er is oppas voor onze vogel geregeld, de nodige instructies heb ik uitgetypt en wel klaar staan. De verzekeringen en inentingen zijn geregeld, paspoorten vernieuwd. Stiekem heb ik op zolder al wat dingetjes klaargelegd, Lars heeft daar niks van door en verklaart me waarschijnlijk voor gek, maar gewoon, dingen die je niet zo vaak gebruikt, maar wel mee moet nemen. Dingen die me ineens te binnen schieten als ik naar het WK-vrouwenvoetbal kijk, en die ik dan ook meteen moet pakken, anders ben ik bang dat ik ze vergeet. Weken van te voren. En verder gaat het wel goed met me hoor…

Dit jaar wordt onze derde super de luxe vakantie met mijn vader, zusje, broertje en zwager, maar dit jaar wordt alles anders. De eerste keer met ons kleine meisje.

Opeens realiseer ik me, dat al die rommel me eigenlijk weinig kan schelen, als de spullen voor haar maar in orde zijn. Als ik in het vliegtuig maar luiers, drinken en speeltjes heb en als we de vliegreis maar overleven. Overleven in de zin van dat ze het niet, 3 ½  uur lang, op een krijsen zet, of de hele tijd in de stoel van degene voor me zit te trappen, want GOD wat heb ik daar zelf een hekel aan. Oja en als m’n buggy maar mee mag, want zo’n kindje van anderhalf in een draagdoek met 35 graden. Nee, dat lijkt me maar niks.

Zo kom ik tot de conclusie dat alles wat ik altijd zo belangrijk vond, ineens niet belangrijk genoeg meer is, nu wij de zorg dragen voor ons kleine meisje.

Ons kleine meisje dat binnenkort iedere dag met haar dikke zwemluier in het zwembad ligt.

Ons kleine meisje dat met haar jaloersmakende blonde lokken en grote blauwe ogen, menig turkse man om haar vinger gaat winden.

Ons kleine meisje dat geen idee heeft van wat haar te wachten staat en dus ook geen inpakstress heeft.

Ons kleine meisje: Wat een rijkdom

De festivalzomer van een mama

Het is juni, het festival seizoen is voor velen al in volle gang. Als ik mijn facebook open, is het eerste en waarschijnlijk het laatste bericht dat ik zie, een foto van een stel die hard party animals op een kneiterhard festival. Een van de jaarlijkse festivals waar mijn halve vriendengroep heen gaat en een van de jaarlijkse festivals waar ik, tot een paar jaar geleden, ieder jaar vol positieve spanning naar uit keek.

Het laatste weekend van juni, stond jaren gemarkeerd in mijn agenda als het begin van mijn festivalzomer. Mijn festivalzomer die er meestal uit zag als ‘weekend op-weekend af’. Oftewel: naar Defqon, weekendje rust, Free Festival, weekendje rust, Dominator, paar weekendjes rust, Mysteryland, Decibel en in september aangekomen, de grote vraag:

‘Waar is de zomer eigenlijk gebleven?!’

Vrijwel ieder jaar hanteerden we een regenplan of Defqon, en een extreme-hitte-survival-plan op Dominator. Ik kan je vertellen: 30 graden en er overheen, is pittig op zo’n festival. Maar ‘Moeder Overste’ was altijd overal op voorbereid: zwemspullen, zonnebrand, waterpistolen, zonnebrillen, alles ging mee voor een heerlijke dag op het strand van Eersel. 6 jaar op rij, met recht mijn grote favoriet, laste ik in 2017 een pauze in, gezien mijn zwangerschap. Met een heel dubbel gevoel zette ik ’s ochtends mijn partyvriendjes en vriendinnetje af op de Kiss en Ride, waarna ik mezelf heb getroost met een dagje shoppen. Geen vervelend alternatief, maar het komt never nooit in de buurt bij een goeie, keiharde party als Dominator. Nog altijd mijn favoriet, was dit het enige, festival dat ik gepland had voor de zomer na de geboorte van ons meisje. Dochtertjelief een nachtje bij oma logeren en daar gingen we weer, als vanouds met tropische temperaturen, met de partybus naar Eersel.

Nou klinkt dit net alsof alles op zo’n dag hetzelfde is als zonder kinderen, maar niets is minder waar.

De voorbereiding voor zo’n dagje vergt nu niet alleen meer het boeken van een busreis of weekend weg, het kopen van een kaartje en het inpakken van wat spullen. Nee, dit jaar brachten wij onze dochter dus onder bij oma, pakten we voor zowel haar, als voor onszelf, de nodige spullen in. En op het festival zelf, stond ik met mijn tasje bij de EHBO, met de vraag of ik daar misschien even mocht kolven. Ja serieus, ook dat gaat gewoon door. Dus daar zat ik , tussen de oververhitte feestbeesten, gewonde ongeluksvogeltjes en tussen de stoere mannen die net iets te diep in het glaasje hadden gekeken. Naast een beveiliger die de administratie zat te doen en waarvan ik zijn ogen, tijdens ons gesprek, steeds omlaag af zag glijden naar mijn kolf, heus niet naar mijn borsten, nee, hij was gewoon geïnteresseerd in mijn dubbele, elektrische, super-de-luxe, uit China geïmporteerde borstkolf. Terwijl hij niet oplette, maakte ik nog snel een selfie, want, als ik eerlijk mag zijn, vond ik het zelf nogal een grappige gewaarwording.

De hitte op Dominator zal voor menig festivalganger net zo herkenbaar zijn als de gratis regendouches op Mysteryland.

De jaren dat ik op Mysteryland heb gestaan tenminste, mocht je blij zijn dat je je schoenen niet verloor in de bagger, ontstond er een sloot dwars door de Q-dance menigte, kon je van de berg af moddersleeën op een kartonnen bierblaadje en brak je je nek over alle, als oud vuil gedumpte, maar oh zo handige (de naam zegt het al) wegwerp poncho’s. Op zich allemaal best grappig hoor, maar toch valt je festival dan letterlijk en figuurlijk in het water.

Maar goed…

Terwijl ik dit weekend in de tuin levend zit te verbranden, ben ik stiekem nogal verbaasd dat het vandaag het laatste weekend van juni is. Het laatste weekend van juni, is voor degenen die niet zo bekend zijn in de festivalwereld, namelijk hét Defqon-weekend. De temperaturen van vandaag worden door veel liefhebbers van de hardere stijlen, gelinkt aan menig festival, maar eigenlijk door weinig mensen aan Defqon. Het Defqon dat al jaren geteisterd wordt door regen en rotweer. Het Defqon dat anno 2019 ein-de-lijk een zonovergoten festival wordt. Het Defqon anno 2019, is uiteraard het jaar dat wij niet meer gaan…

Want vandaag zoeken wij, hoe burgerlijk, verkoeling in eigen tuin, in de welbekende roze (of blauwe) schelp, met een ijskoude kan limonade op tafel. Voor vanavond hebben we een muzikaal alternatief op de planning staan, geen Defqon, het komt niet eens in de buurt, maar het jaarlijkse muziekfeest hier in het dorp. Het zal ongetwijfeld een enorm gezellige avond worden, maar in gedachte ben ik op zulke dagen toch echt nog een jong partychicky, die kickt op keiharde bass, brute lasersshows met vuurwerk en heerlijk zomerweer op de dikste en duurste festivals van het land.

Voor iedereen die dit weekend, met deze temperaturen, wel op Defqon staat: let op jezelf en vooral op elkaar, drink genoeg, maar niet te veel en het is moeilijk, i know: maar doe een beetje rustiger aan dan in de plenzende regen.
Geniet!

Als jij eens wist…

Als jij eens wist, hoe trots ik was,
en echt nog altijd ben.

Als jij eens wist, hoe gek jij bent,
en ik mijzelf herken.

Als jij eens wist, hoe leuk ik jou vind,
en al helemaal als Tante Syl.

Als jij eens wist, hoe belangrijk je bent,
dan word ik stiekem een beetje stil.

Hoera,
Voor mijn lieve, kleine zusje.
Voor die grappige, gekke tante.
Gefeliciteerd met je 24e verjaardag!

Klussen met kinderen

De zomer is gister dan eindelijk officieel begonnen en deze week staat er meteen een beste hittegolf voor de deur. Waar vele mensen temperaturen rondom de 30 veel te heet vinden, daar genieten wij dubbel en dwars. Zeker nu onze tuin dreumesproof is.

Met de airco op mij gericht, op deze 2e zomerdag, bedenk ik me dat het dus alweer een kwartaal geleden is dat de lente begon. En voordat de lente begon, begon het bij ons te kriebelen. Te kriebelen in de zin van figuurlijke vlinders in je buik en letterlijk de bloemetjes buiten willen zetten.

Maar, ik zal dit klusverhaal even bij het begin beginnen…

Toen wij 3 jaar geleden in ons huis kwamen wonen, was mijn enige échte voorwaarde dat we de badkamer er van top tot teen uit zouden slopen. En zo geschiede… Die vreselijke, gestucte, paarse muren, werden betegeld. Alles wat er in stond, werd met bruut geweld verwijderd en triomfantelijk uit het raam gegooid. De douchekabine van 1,50 bij 1,50 meter werd vervangen door een hoekbad. Een hoekbad met ingebouwde muziek, verlichting, jets en bubbels. Zo’n bad waarbij iedereen je voor gek verklaard, maar het eigenlijk te chill voor woorden is. De hele badkamer eruit, mijn enige échte voorwaarde dus: Een project dat weken duurde, waardoor we na ons werk, elke avond stonden te klussen in het huis waar we ook al in woonden. En klussen in de badkamer betekent vrijwel automatisch dat je geen douche hebt, dus moesten we douchen bij onze pappie en mammie. Met mijn strandtas, handdoekje, shampoo, föhn etc. liep ik iedere avond de straat uit, om bij mijn vader (ideaal, een straat verderop) te gaan douchen. Camping life, to the max. Op wat irritaties na, best prima te doen als jong stel zonder kinderen.

We wonen inmiddels dus ruim 3 jaar in ons paleisje. Toen begonnen bij de badkamer, hebben we hierna al menig project aangepakt.

En zo nu: de tuin. Moet ook wel lukken, toch?

Het enige dat nu anders is, is dat we geen jong stel zonder kinderen meer zijn. Toen ik zwanger was stond ik, tot grote verontwaardiging van sommige voorbijgangers, gewoon nog op een laddertje de kozijnen te schilderen. Maar waar we voorheen alle projecten samen aanpakten, komt er voor mijn gevoel nu niets meer uit mijn handen. Eerlijk gezegd heb ik er nooit echt bij stil gestaan dat dit soort dingen heel anders werken als je een kind hebt. En daar komt dan nog bij dat ik me altijd een enorm geëmancipeerde vrouw voelde, maar wij nu ongemerkt toch lijken terug te vallen in de traditionele rolverdeling.

Oftewel, mijn vriend en onze halve vriendengroep staan zich lichamelijk enorm uit te sloven in de tuin. Er wordt een geul van 9 meter gegraven, een fundering gestort, stenen weggesjouwd en een kuub of 8 aan zand weggeschept. En wat ben ik aan het doen?! Iedereen voorzien van drinken, broodjes smeren, eten koken voor een klusjesman of 5-10 (lees: frituren), bedrijven bellen en daarnaast heb ik ook nog even te zorgen voor onze dochter. Dus zorg ik er voor dat zij niet met het gereedschap aan de haal gaat, geen beton eet als zand (zand eten?), de facturen niet verscheurt en ook zo nu en dan nog iets eet en drinkt.

En als zij tussen de middag dan eindelijk op bed ligt, zou je denken dat ik even rust heb.

Dat zou je denken…

Toch is de realiteit nét iets anders. De nieuwe tegels moeten besteld worden, het tuincentrum belt dat de vijverranden kunnen worden afgehaald, mijn met liefde opgekweekte aardbeienplantjes die al maanden in een emmertje aan het survivallen zijn, moeten worden terug geplant voordat ze de strijd verliezen en oja! De 12 is in de klok, het prille lentezonnetje schijnt, dus mijn harde werkers willen bier.

Onze vogel zit op zulke dagen verplicht de hele dag in haar kooi terwijl zij normaal de hele dag vrij rond vliegt. De klusjesmannen lopen allemaal in en uit, mijn zwager heeft zijn hond bij zich en dus ligt voor ons gevleugelde meisje overal gevaar op de loer. Zo nu en dan klinkt er hier een kwartiertje flink hard vogelgescheld door het huis. En geloof mij, een Lori kan werkelijk oorverdovende geluiden produceren.

Geschreeuw van een vogel, in combinatie met een huis en tuin vol klussers, zorgt er vrij gemakkelijk voor dat ons meisje inmiddels dus weer wakker is.

Na een klein uurtje laat zij vanuit haar bed, in volle glorie, weten hoeveel ze houdt van haar ‘PaaaaaaaPaaaaaa’. Aangezien Papa het nogal druk heeft in de tuin, is het vandaag, voor de zoveelste dag oprij, weer MaaaaaaMaaaaa die haar uit bed mag halen. Verder ziet mijn middag er eigenlijk hetzelfde uit als de ochtend. Ik scheur nog even naar de dichtstbijzijnde supermarkt voor een kratje bier, zorg dat niemand (inclusief dochter, hond en vogel) honger of dorst heeft en doe verder heel veel, maar voor mijn gevoel helemaal niks.

Na zo’n dagje klussen ligt Lars met de blaren op zijn handen en rugpijn op de bank, ik met een hoofd dat inmiddels is overstroomd. Als je me vraagt wat ik nou eigenlijk gedaan heb, kom ik niet verder dan een handjevol taken. Ik probeer mezelf te realiseren dat mijn taken net zo waardevol zijn als de klus-gerelateerde taken. Ook probeer ik los te laten dat ik op klusgebied gewoon niet zoveel meer kan, in combinatie met de zorg voor onze dochter.

Los laten wat nu anders is dan vroeger, de magische woorden tijdens het ouderschap, maar hoe doe je dat nou eigenlijk écht?

Vader- en moederdag

Dit weekend is het weer zover: vaderdag. De dag waarop we voor beide papa’s iets leuks willen regelen en natuurlijk mag de papa van je eigen kind dan niet vergeten worden.

De voorbereiding van zo’n dag loog er, voordat we zelf papa en mama werden, al niet om. Er wordt met (schoon-)broers en (schoon-)zussen over een idee gebrainstormd, er wordt besproken wie, hoe laat bij papa of opa kan zijn en wie wat regelt. Daarnaast mag je dat dan proberen te combineren met de wensen van de (schoon-)familie, zodat er voor beide papa’s en opa’s, een leuke vaderdag georganiseerd wordt. Alleen deze voorbereiding is soms al een dagtaak op zich en dan heb ik nog niet gesproken over de verrassing die ik nu dus, namens onze dochter, voor haar papa mag verzinnen. Want ja, zo’n meisje van anderhalf bedenkt dat toch echt niet zelf.

Dit weekend is de eer dus aan mij.

Aangezien Lars alles behalve een ontbijter is, is het regelen van een standaard vaderdagontbijtje niet alleen zinloos, maar ook heel demotiverend. Heb je je net een uur lang uit staan sloven in de keuken, met een zeurende dreumes aan je been, krijg je vervolgens te horen  dat ie niet zo’n trek heeft, met zijn gezellige ochtendhumeurtje. Dat doen we dus niet meer.

Maar wat doen we dan wel? Nou ja we geven papa zo’n zelfgemaakt canvasje met een voetafdruk, kopen er een lief cadeautje bij en racen daarna met z’n allen door onder de douche, naar papa 1, praktisch gecombineerd met het bezoek aan opa, door naar papa 2 en crashen aan het eind van de dag op de bank, met een super-de-luxe vaderdagdiner. Of gewoon een vette pizza.

Misschien gaat het er bij andere gezinnen echt zo romantisch aan toe, als de reclame’s op TV doen geloven? Wij streven daar niet meer naar.

Niet na onze eerste moederdag ervaring van vorig jaar. Mijn eerste moederdag ging namelijk direct de boeken in als een fantastische, bijna onbetaalbare, verrassingsdag. Ik werd super romantisch wakker gemaakt, oh nee, wacht… Ik gaf borstvoeding en was dus eerder dan Lars wakker om onze dochter te voeden. Heel stilletjes, zodat Lars nog even door kon slapen. Haha nee, DOEI, het was moederdag dus maakte ik Lars gewoon wakker en verzocht hem vriendelijk om koffie te gaan halen. Eenmaal klaar met de eerste voeding had hij voor mij zo’n super schattig canvasje, een cadeautje en de mededeling dat ik niets te eten kreeg, omdat we zo meteen ergens naar toe gingen. (Uh… Hallo, ik ben dus wel een ontbijter!) Een half uurtje later vertrokken we naar, voor mij, bestemming onbekend. Als de auto zou starten tenminste…

Vermoedelijk hadden de buren net zo’n vol dagprogramma als wij, zij deden inmiddels een poging hun kinderen in de autostoeltjes te helpen, toverden daarna de startkabels tevoorschijn en we reden weer. Zeker een hele kilometer, misschien anderhalf, maar het leek ons op de oprit naar de snelweg beter om niet door te rijden met een auto waarvan de motor op zijn kookpunt was.

Daar sta je dan…

Op je eerste moederdag, met een baby, in de regen, op de vluchtstrook te wachten tot je pappie je komt halen. Fantastisch… Een lekke koppakking, auto total loss, dag moederdag ontbijtje bij een luxe hotel in de buurt, echt typisch iets voor mij op mijn allereerste moederdag.

En weet je, we lachen, met de nodige zelfspot, maar om ons avontuur. De auto is inmiddels vervangen, de canvasjes pronken aan de muur en die allereerste moederdag is er een geworden die we nooit zullen vergeten. We accepteren maar dat het allemaal niet zo romantisch is, als de reclames, facebookposts en andere misleidende berichten doen geloven. Althans, niet bij ons.

Wij doen maar gewoon, dan beleven we wel genoeg.

Deze en vele andere leuke blogs zijn te lezen op http://www.Chrisje.info en op Facebook: Chrisje.