Tafeletiquette à la All-You-Can-Eat

De laatste jaren is er een hoop veranderd in de maatschappij: social media is onderdeel van de dagelijkse routine geworden, de vrouwenemancipatie lijkt hoogtij te vieren, terwijl roze of blauwe muisjes straks nog verboden worden, omdat alles genderneutraal moet zijn.

Ook begint er steeds meer een taboe te heersen op het eten van vlees. Laat ik voorop stellen dat wij zeker niet volledig vegetarisch eten, maar we proberen hier wel bewuster mee om te gaan dan een jaar of vijf geleden. We doen in ieder geval enigszins ons best…

Totdat we uit eten gaan!

Waar ik in mijn jeugd niet verder kwam dan de plaatselijke Chinees, snackbar of (met hele speciale gelegenheden) een à la carte restaurant, belanden wij nu eens in de zoveel tijd in een hippe sushi tent, tapas bar of een giga-wokrestaurant waar voor je neus voor een heel weeshuis aan vlees wordt weggewokt. Of gegrild, het is maar net waar je zin in hebt. En je verwacht het niet voor die prijs: overal kun je tegenwoordig eten én drinken tot je er bij neervalt en je kind onder de twee eet nog gratis mee ook!

In die hippe sushi tent, waarvan je er momenteel minimaal één in ieder dorp hebt, zit je gewoon nog aan tafel en bestel je je eten dan wel via een formuliertje, dan wel via een tablet. Zo ook de tapas bars, degene die wij bezoeken tenminste. Maaaaaar, zo simpel als het klinkt, zo ingewikkeld kan het zijn! Zoals ik al in eerdere blogs heb beschreven, is onze dochter inmiddels anderhalf, dus nee hoor, in de lokale sushi tent zitten wij helemaal niet ‘gewoon’ een paar uur te tafelen. Onze dreumes houdt het zeker, één broodje, één flesje limo en één uit elkaar gepulkte sushirol, lang uit in de standaard witte kinderstoel die in ieder restaurant opduikt (ook bij ons thuis hoor, niks mis mee). De kinderstoel die soms voorzien is van het bijbehorende blad, maar helaas meestal zonder, waardoor zowel haar eten als drinken al vrij snel op de grond belanden en waardoor de serveerster onbedoeld alle sushi binnen handbereik van ons minimensje op tafel zet. Totaal onmogelijk om rustig te eten, tenzij we haar stoel een meter achteruit schuiven, midden in het pad zetten, de serveersters herhaaldelijk hun nek breken over de uitstekende stoelpoten, de lege fles en al het eten wat meisjelief al op de grond heeft gegooid. Sushi mag dan één van onze liefdes zijn, ik loop er uiteindelijk de deur uit met rauwe vis in mijn decolleté, zeewier in het haar van onze dochter en zo zal Lars na ons etentje, zonder twijfel, ergens op zijn lichaam nog een restantje rijst terugvinden. Maar wat zijn we blij: we hebben gesmuld en ze heeft GOD-ZIJ-DANK de wasabi niet te pakken gekregen.

Een andere, meer kindvriendelijke optie zijn de, als paddenstoelen uit de grond geschoten, All-You-Can-Eat Wokrestaurants.

Voorzien van alle selfservice gemakken en eindeloze keuze zijn deze restaurants meestal compleet uitgerust met een speeltoestel voor kinderen. Je kent ze wel, zo’n All-You-Can-Vreetschuur waar het ernstig warm is, veel te druk en waar we massaal alle aangeleerde tafeletiquette aan onze laars lappen. Al wachtend op een stukje vlees, waarvan je er op zo’n avond veel te veel bestelt, zie ik mensen de rest van hun eten al opeten. Staand aan het buffet… Maar dat is heus nog niks bijzonders. Er lopen mensen van het buffet af, met een veel te vol bord in de hand, die blijkbaar zó hongerig zijn dat ze hun bord al bijna leeg hebben, eer ze terug zijn bij hun tafel. En dan nog niet te spreken over de luidruchtige vriendengroep bestaand uit allemaal max. twintigers met een dienblad vol met bier, terwijl iedereen aan tafel nog bier heeft. Gewoon, omdat het onbeperkt is.

En alsof dat dan allemaal maar normaal is, lopen daar ook nog eens grote aantallen jonge kinderen in de rondte.

Kinderen die niet meer mee krijgen dat ze, zeker in een restaurant, netjes met vork en mes moeten eten, dat is lopend natuurlijk ook niet te doen.

Kinderen die denken dat uit eten gaan, betekent: zonder enig toezicht spelen met wildvreemde kinderen (en daarbij ongegeneerd schreeuwen) in zo’n smoezelig speeltoestel.

Kinderen die het normaal vinden om de kok niet eens aan te kijken, maar toe te schreeuwen dat je ‘KNOFLOOKSAUS!!!’ bij je prakkie wil, terwijl je ondertussen een hapje van iets anders probeert.

En kinderen, die de tijd van hun leven hebben, terwijl hun ouders lekker rustig en onbeperkt zitten te eten.

Welkom new kids en welkom lieve, jonge ouders, dit is het ‘uit eten gaan’ anno 2019. Heerlijk hoor soms, of toch liever niet?

Oppascentrale

Een van de onderwerpen die werd genoemd in mijn brainstormoproep was: ‘Oppascentrale’. Typisch, aangezien degene die dit onderwerp inbracht, één van de meest ervaren, meest gevraagde en meest geliefde oppassen van onze dochter én vogel is. Ja ja, het is mijn moedertje.

Ik hoor mensen denken: van onze vogel? Ja zeker, ook onze vogel houdt er een ware oppascentrale op na. Daarvoor duiken we even een paar jaar terug in de tijd:

De oppascentrale anno ‘toen’

Jaren geleden had ik een heleboel, en dan bedoel ik ook echt een heleboel, vogels. Een stuk of 20, misschien wel 30, die iedere dag de nodige aandacht kregen. Naast hun normale voeding kregen zij dagelijks verse groente en fruit, nieuwe speeltjes en uiteraard de ruimte om wat rondjes te vliegen, daar zijn het tenslotte vogels voor. De jonkies die geboren werden, voedde ik na een tijdje met de hand op tot tamme, schattige en ietwat vreemde vogels. Door niet zulke leuke privé omstandigheden, heb ik nu slechts nog één tamme, schattige en vreemde vogel, maar in combinatie met de zorg voor mijn gezin is dit beter te behappen dan de 20 tot 30 vogelkindjes van toen.

Lekker zorgen…

Ik durf over mezelf te zeggen dat ik bekend sta als een zorgzaam mens. Ik bekommer me graag om mijn medemens en dier en vergeet daarbij geregeld aan mezelf te denken. Deze eigenschap heb ik niet van een vreemde. Al voordat onze dochter geboren was, was de rol van vogeloma en -oppas mijn moeder op het lijf geschreven. Nog altijd wanneer wij op vakantie gaan, of gewoon een dagje weg, neemt mijn moeder de zorg voor ons gevleugelde kindje op zich. Ja, je leest het goed, ook als wij een dagje weg gaan. Niemand, geen mens, hond, kat en ook geen tamme vogel, vindt het leuk om de hele dag alleen te zijn en daar zijn mijn moeder en ik het dan ook unaniem over eens. Zeker niet als je gewend bent om de hele dag, letterlijk, zo vrij als een vogel te zijn. En dat is onze Party vrijwel altijd. Zodra we thuis zijn gaat de, veel te grote, kooi open en is zij vrij om te gaan waar ze wil. Die te grote kooi is gewoon omdat wij vinden dat een vogel moet kunnen bewegen, ook in zijn of haar kooi. Maar het kan altijd beter, dus hebben we een compleet kozijn vervangen en daar een volière aan geplaatst, zodat ons gevleugelde kindje heerlijk het huis in een uit kan vliegen. Noem het gek, overdreven, idioot of bizar. Onze mening is: Je kiest voor een dier of je doet het niet.

Goed, ik dwaal af…

Mijn moeder koos niet voor dit dier, maar neemt haar oppastaken dus altijd al erg serieus. Ik ben dan ook totaal niet verbaasd dat zij het onderwerp ‘Oppascentrale’ in heeft gebracht. Dat vind ik leuk en lief, maar ook een beetje grappig. Grappig omdat ik deze blog dus eigenlijk totaal aan haar zou kunnen wijden, maar daarmee zou ik onze andere superoppassen te kort doen en dat wil ik niet. De oppascentrale anno 2019 draait tegenwoordig niet alleen meer om onze vogel, maar grotendeels om de opvang van onze dochter.

De oppascentrale anno ‘nu’

Gelukkig hebben wij de luxe dat we beide minder konden gaan werken vanaf de geboorte van onze dochter, om zo samen het grootste deel van de zorg voor ons mooie meisje zelf te dragen. Oh ja, daar ga je financieel op achteruit, behoorlijk, maar de afweging tussen prachtige tijd met onze dochter of meer financiële ruimte, was voor ons snel gemaakt. Nogmaals gelukkig, we hebben ook nog de luxe dat onze gezamenlijke werkdagen worden opgevangen door de oma’s. Maar ondanks al dat geluk, hebben we alsnog zeer geregeld ‘extra’ oppas nodig. En zoals bij velen, draait onze oppascentrale dus wekelijks op volle toeren!

Onze agenda puilt werkelijk altijd uit van de afspraken. Naast al die wisselende afspraken moet er zo nu en dan gewoon gewerkt worden, hebben we regelmatig een verjaardag of een etentje, willen we soms nog wat tijd voor onszelf of voor ons samen vrij houden én om enigszins te blijven functioneren, moet er tussen de bedrijven door ook wel eens geslapen worden. Ik vraag me écht geregeld af hoe andere mensen dat doen, zonder in de verplichtingen te verdrinken of er een eeuwig schuldgevoel aan over te houden. Een schuldgevoel tegenover je kind, tegenover degene die je nu wéér vraagt om op te passen of tegenover degene die je af zegt, omdat je geen oppas hebt of wilt zoeken. Ik kom er eerlijk voor uit: ik vind het pittig en ik heb me daar enorm in vergist.

Voordat onze dochter geboren werd, had ik dit echt nooit gedacht.

Het leek me niet meer dan vanzelfsprekend dat je soms je kind naar de oppas, opvang, opa, oma of waar dan ook heen brengt. Dat hieraan zo’n organisatie en schuldgevoel kon hangen, daar had ik echt nooit bij stil gestaan. Zoals ik al schreef, hebben wij de luxe dat onze mama’s een vaste oppasdag hebben op onze gezamenlijke werkdagen. Maar ja, soms komen er nu eenmaal wel eens vergaderingen of cursussen voorbij die net op een andere dag vallen. Of komt het voor dat onze mama’s zelf een afspraak hebben op ‘hun oppasdag’. Zo moet ik dan ons oppasrooster opnieuw rond zien te krijgen en stuur ik, aan het einde van een drukke dag, één voor één onze ‘vaste’ oppassen een berichtje of zij toevallig iets voor ons kunnen betekenen. Het blijft toch jammer dat die mensen ook gewoon een eigen leven hebben… Zo gaat er soms een paar uur voorbij, waarin ik zit te puzzelen met uren, personen en afspraken. Een soort Mikado: Als je het ene stokje verplaatst, kan het andere stokje misschien wel vrij komen. Uiteindelijk komt het altijd goed, dat weet ik ook wel, en zoals jullie hopelijk inmiddels wel weten, houd ik ervan om alles een beetje te dramatiseren. Maar echt, eerlijk is eerlijk, ik vind het elke keer weer een hele opgave om aan alle vragen en verplichtingen te voldoen, hier oppas omheen te regelen en daarbij dan ook nog niemand te kort te doen of te overvragen.

Daarom wil ik nu alle (werkende) ouders een groot compliment geven voor het combineren van alle taken die anno 2019 van je verwacht worden. Hoe je het ook doet, je doet het wel en je doet het goed!

Ook zeker niet te vergeten alle oppascentrales, gastouders, juffies in de kinderopvang of oppas in welke zin dan ook: jullie zijn van onschatbare waarde!

Maar sorry voor jullie allemaal, uiteindelijk is de allergrootste ode in deze blog aan onze eigen oppascentrale:

Lieve opa’s, oma’s, vriendjes en vriendinnetjes die iedere week weer klaar staan om op een van onze meisjes te passen: Jullie zijn geweldig! Zonder jullie zouden we het allemaal niet voor elkaar krijgen. Onze dank is dan ook niet in een ‘Oppascentrale’blog uit te drukken, daarom moet ik als afsluiting gezegd hebben:

Bedankt helden, dat jullie altijd voor ons klaar staan!

Vakantiemodus

Ik zal deze blog beginnen met verontschuldigingen naar mijn lieve, trouwe volgers, naar mijn alter ego Mama-Ri, naar iedereen die mijn ‘sorry’ ontvangen wil. Ik ben echt heel lui geweest: Ik heb gewoon bijna 3 weken geen fatsoenlijke blog geschreven, terwijl mijn streven was om iedere week bij te blijven. Mijn laatste blog Campinglife was de aftrap van onze zomervakantie en ik ben me er bewust van dat ik het woord vakantie daarna wel erg serieus heb genomen. Daarom wil ik het bij deze proberen goed te maken met een extra lange blog over onze vakantietaferelen.  

Komt ‘ie dan hè!

Zeker vanaf begin juli kropen de dagen voorbij terwijl wij aan het aftellen waren naar ons avontuur. Hoe oud je ook bent, het aftellen naar je vakantie blijft best leuk. Leuk en een ietsiepietsie beetje stressvol tegelijk, zoals jullie hebben kunnen lezen in mijn eerdere blog: Inpakstress. Af en toe sturen we in de groepsapp aftel-berichtjes, hele flauwe, met het aantal dagen, uren, minuten tot ons vertrek. In diezelfde app houden we elkaar op de hoogte over de laatste recensies en ik wijs mijn medereizigers vooral heel graag op de nieuwste filmpjes van het enorme buffet aldaar. Als je ons ziet, zou je het waarschijnlijk niet zeggen, maar wij zijn gék op eten. Dus wat mag er niet ontbreken aan een goede vakantie? Juist:

FOOD

Eerder schreef ik dus over de voorbereidingen van onze eerste, echte vakantie met onze dochter van anderhalf. Voor de oplettende lezer: 1 jaar en 7 maanden, oftewel (ik voel een allergie opkomen) 19 maanden. Ja, helder, je weet wel, gewoon een jong kind met een enorme eigen wil. Een jong kind waarvan ik dacht, of stiekem hoopte, dat ze heerlijk zou gaan slapen onderweg naar onze bestemming. Want wat hadden wij twee top vluchttijden joh! ’s Ochtends om half 6 heen en ’s avonds om half 10 pas weer terug. Hierdoor konden we optimaal gebruik maken van onze vakantiedagen. Ideaal en optimaal.

Maar niets is wat het lijkt met een kind van anderhalf…

Op de vertrekdag ben ik zenuwachtig as hell, vraag me niet waarom, ik heb namelijk alles al weken prima onder controle. In mijn hoofd kan ik relativeren wat ik wil, maar die spanning in mijn lijf blijft zitten waar die zit. (Gevalletje: accepteer het nou maar, anders heb je er alleen maar meer last van.) Zo rommelen we de laatste dag wat aan en doen we een poging om, vrijwel tegelijk met ons meisje, naar bed te gaan om in ieder geval een paar uurtjes slaap te pakken. Half 8 naar bed, je raadt het niet, we doen natuurlijk geen oog dicht. Dus besluiten we na een heleboel gemopper en gedraai, een half uur eerder dan nodig, uit bed te gaan. Lars brengt de koffers naar mijn vader (ideaal, de goede man woont een straat verderop) en ik pak de laatste dingen voor in de handbagage. Wanneer ik uiteindelijk ons meisje uit bed haal, begroet ze me alsof het de normaalste zaak van de wereld is om om 1 uur ’s nachts uit bed gehaald te worden. Zo rustig mogelijk zeggen we beneden ons gevleugelde meisje gedag (niet dat zij teruggroet als ze ligt te slapen, maar oké) en zo vertrekken we richting mijn vader. Ook opa en ome ‘Coco’ hebben een ietwat afwijkende nachtrust gehad, ze staan nog net niet achter de voordeur op ons te wachten en duiken vrijwel direct de kinderwagen in. En ja hoor, midden in de nacht, maar onze kleine reiziger staat de komende nacht dus gewoon AAN.

Helemaal super, of toch niet.

De taxi staat vrij snel voor de deur, dat is op zich helemaal super. Hij heeft alleen niet de aangevraagde kinderstoel bij zich, maar goed, ik laat me niet kennen en neem haar ‘wel even’ op schoot. Als het straks drieënhalf uur moet, dan lukt dit ritje van een kwartier ook wel. Nou niet echt, maar we komen aan op de luchthaven en staan er verder maar niet te lang bij stil. We lopen zo snel mogelijk naar ‘Tate’ (tante) en Ome ‘Toto’ met onze koffers op zo’n vliegveldkar, zo’n klereding dat alleen rijdt als je de dubbele handgreep inknijpt, waar je echt enorme (sterke) handen voor nodig hebt. Mooi geregeld, deze mama zorgt voor haar kleine meisje en iemand anders regelt die rotte kofferkar maar. We checken de koffers in, deze blijven lekker op de weegschaal staan, er is een storing. Achter ons vormt een enorme rij, maar ons geeft het niks, onze koffers zijn gewogen dus wij mogen doorlopen. Door proberen te lopen want onze tickets werken niet. Blijft raar als je bij de verkeerde gate probeert in te checken. Onze vakantie begint al weer erg typisch, als zeg ik het zelf.

Het went hoor, echt.

Na de douane eten we een veel te dure burger, we drinken een veel te dure kop koffie om de nacht te overleven en vertrekken richting het vliegtuig. De kleine dame is inmiddels echt niet meer van plan in de kinderwagen te blijven zitten en vliegt als een soort pingpongbal door de enorme hallen van de luchthaven. Ze trekt dan ook redelijk wat bekijks: ze kruipt onder de meest onmogelijke hekjes door, breekt bijna haar hele lichaam terwijl die lieve vrouwenstem nog roept: ‘Mind your step’ en ze kust wildvreemde kinderen die ook geen oog dicht hebben gedaan vannacht. Gelukkig kunnen mensen wel lachen om haar en haar ongeremde gedrag en zo zorgt ze voor wat vertier voor menig wachtende reiziger. Om half 6 zitten we dan eindelijk in het vliegtuig, ze is nog altijd spring- en springlevend en ik begin toch wel lichtelijk te vrezen voor de komende drieënhalf uur. Tijdens die paar uur wachten op de luchthaven, spoken er normaal allerlei onnozele vragen door mijn hoofd, maar deze was mij nog niet bekend:

‘Hoelang zal ze dit nog volhouden?’

Het antwoord komt vrij snel: ongeveer een uur. Na een spelletje, een filmpje, een knuffel en een schone luier, komt daar de verlossing: een lekkere, volle fles en haar ogen vallen dicht. Zo zit ik dus nog zeker 2 uur, met mijn ruggengraat in een S-vorm, op mijn arm een kind van een kilo of 12, tussen mijn voeten een ontplofte luiertas met alle crisisbenodigdheden voor een vierling en het enige dat ik kan doen, is met mijn  andere arm het raampje naast mij open en dicht doen of iets proberen te pakken wat binnen handbereik ligt. Alles voor de nachtrust van mijn meisje. Grapje, voor de nachtrust van het hele vliegtuig.

Spoiler!! Nou niet meteen doorscrollen, maar dit loopt op de terugweg nét iets anders.

De landing wordt ingezet.

Met dubbele gevoelens hoor ik een mannenstem vertellen dat de landing wordt ingezet. Ook vertelt hij wat de temperatuur en tijd op onze bestemming is en we worden vriendelijk, doch dringend, verzocht onze gordels om te doen. Dus ook die kindergordel… Terwijl ik eigenlijk heel blij ben dat ze nog even slaapt, wurmen Lars en ik haar samen, op zeer subtiele wijze in haar eigen gordeltje, terwijl ik een poging doe mijn gordel vast te klikken met een kind languit op schoot. Ze gaf tijdens het opstijgen geen kick, toch vind ik de daling ook best spannend, maar waarom?! Als we bijna op de grond staan, doet mevrouw haar ogen een keer open, de motoren beginnen te remmen en haar reactie is enkel: ‘Waaaauuuw’.

Hallo Turkije!

Held die hij is, heeft mijn vader een hotel uitgezocht dat heel dichtbij de luchthaven ligt. Ik zal het nog sterker vertellen, we stappen niet in zo’n touringcar, maar in een 6 persoonsbusje met geblindeerde ramen en leren bekleding waarin we direct gratis flesjes water aangeboden krijgen. Wederom geen kinderstoel, daar doen ze in Turkije niet aan. Dus, hoppa, met de kleine druktemaker in het midden vertrekken we nu écht naar ons hotel. Als niet een van ons zijn koffer had laten staan, maar deze is gelukkig snel terecht.

In het hotel aangekomen, leuk zo’n nachtvlucht, zijn de kamers nog niet klaar. Dus als schrale troost, duiken we direct het restaurant in voor ons ontbijt. Hierop volgt een rare dag, zonder ritme. Volgens mij doen we allemaal mee aan het middagslaapje van de kleinste, testen we even de watertemperatuur in één van de zwembaden, eten we wat, bestellen we een paar Mojito’s en belanden vrij op tijd in bed, omdat iedereen kapot is.

(Een klein pijnlijk festivalmama-momentje: We maken nog een paar foto’s met de Dominator-vlag die ik gewonnen heb en sturen deze naar de organisatie. De meest uiteenlopende emoties maken ruzie in mijn festivalmama-hoofd. Eigenlijk kon ik hem namelijk laten signeren door mijn favoriete DJ (Korsakoff) op mijn favoriete festival, maar de dag dat Dominator is, zat ik dus al in Turkije. Goed… Het doet zeer, maar ik waag later zeker nog een poging….)

De volgende dag zorgen we dat we op tijd bij de reisleidster zijn, we luisteren naar haar verhaal over veel te dure excursies, vinden haar eigenlijk allemaal maar een opdringerig mens, we maken een vervolgafspraak voor die avond en vergeten die afspraak allemaal. Echt, per ongeluk…

En de daarop volgende dagen:

Nou moet ik bekennen dat de komende dagen veel op elkaar lijken. We doen een poging gezamenlijk te ontbijten, mijn favoriete maaltijd, ook al moet ik alleen. Iedere dag vers gebakken omeletten met wat je er maar op wilt, croissantjes, broodjes, tosti’s, worst, fruit, je kunt het zo gek niet bedenken, en ons meisje hapt overal wat mee. Niet echt overbodig met een gemiddelde temperatuur van 35 graden: we gaan zwemmen, glijden, bommetjes maken en ons meisje doet overal aan mee. Als het aan haar ligt, raast ze de hele dag door, maar we lassen verplicht een middagdutje in en doen daar zelf ook heerlijk aan mee. Het dinerbuffet gaat om 7 uur pas open, normaal gaat ze dan al naar bed, maar ze prikt gewoon weer een vorkje mee. ’s Avonds naar de kinderdisco, de shows in het amfitheater of shoppen in de stad en ons meisje gaat met ons mee. Soms verandert ons plan door haar krijsconcert, soms valt ze in slaap in de wagen, wij bewegen gewoon met haar mee.

Verder gaan we jetskiën, parasailen (uiteraard zonder kind), naar een markt in een stad verder op, we zoeken een telefoonwinkel omdat een van ons zijn waterdichte telefoon heeft weten te verdrinken, we kopen kleding, cadeautjes en souvenirs, oftewel we doen wat een toerist doet. Met of zonder kind. En dan nu een gênante bijkomstigheid met kind: we verontschuldigen onszelf 2 (!!!!) keer, tegenover alle ouders bij het kinderbad, omdat door onze dochter het bad moet worden gereinigd. Eigenlijk wil ik hier nooit meer aan terug denken en ik ga dan ook niet in detail uitleggen waar ik op doel, één ding weet ik wel: ik koop nooit meer zwemluiers bij die ene drogisterij….

Na ruim een week, breekt de laatste dag aan.

De dag waarop alle ouders nog altijd even aardig doen, maar ik mijzelf en mijn dochter eigenlijk niet meer durf te laten zien bij het kinderbad. Ze zeggen het allemaal en ik weet het ook heus wel, dit kan iedereen overkomen, maar ik schaam me de ogen uit mijn kop…

De laatste uurtjes…

De laatste uurtjes brengen we door in de lobby. We hebben, godzijdank, een kamer weten te behouden tot 3 uur, waardoor onze draak wel een middagslaapje heeft kunnen doen. De rit naar de luchthaven duurt langer dan de heenweg, deze keer mogen we wel mee met zo’n fantastische touringbus en zijn we zeker niet een van de laatste hotels waar hij mensen moet ophalen.

En dan komt het leukste deel van de vakantie…

Daar sta je dan, op een luchthaven die nog veel kan leren van die van ons. De rijen mensen lachen ons al toe, terwijl we de bus nog niet uit zijn. Eerst door een metaaldetector en fouillering. Echt niet dat ze je even helpen met je rondrennende dochter, dan wel met je kinderwagen op die band leggen. En een vraag beantwoorden? Ho maar! Ik kan het hem eigenlijk niet eens kwalijk nemen, hij wordt natuurlijk continu aangestaard door die enorme mensenmassa achter me. Dacht ik dat overleefd te hebben, kunnen we de koffers nog niet inchecken. Ik maak voor de kleine een flesje en loop wat heen en weer in die overvolle hal met mensen. Wát een prikkels, voor mij al, laat staan voor zo’n kleintje. Met een XL hydrofiel probeer ik haar hiervan af te schermen, maar wat is er nou leuker dan die doek van de wagen af te trekken. Poging 1 is mislukt en maar goed ook, want na de koffers en de douane volgt er spontaan nog een metaaldetector en fouillering. Dus… Zij weer uit de kinderwagen, deze keer hebben we geleerd van de vorige controle dus mijn lieftallige familieleden zorgen voor onze handbagage en de kinderwagen. Ik loop met mijn dochter door de metaaldetector die nu opeens wel af gaat. Deze mevrouw is net zo aardig als de meneer bij de vorige controle en roept: ‘Baby’, terwijl ze mijn dochter uit mijn handen grist en gebaart dat ik nog een keer door de detector moet. Dit keer gaat hij niet af, mijn zusje zorgt dat de wagen klaar staat, we worden nog even vluchtig gefouilleerd en dan zou je toch wel zeggen dat je de controles gehad hebt. Tot we bij de gate in de zoveelste rij gaan staan, waar serieus mensen hun hele tassen worden leeggehaald en gecontroleerd worden op drugs of explosieven, ik heb eigenlijk geen idee. In ieder geval, ook al heb ik niks te vrezen, hier word ik toch vrij moedeloos van. Mijn gebeden worden gehoord, uh nee daar doe ik niet aan, maar gelukkig mogen wij zo doorlopen de bus in.

Inmiddels is het bijna half 10 en nog steeds slaapt het meisje niet.

Weer begin ik me zorgen te maken, dit kan twee kanten op en helaas, deze ronde valt het kwartje de verkeerde kant op. Na tien spelletjes, tien filmpjes, tien knuffels en een schone luier, komt daar de zoveelste fles, maar haar ogen vallen niet dicht. Zo tobben we nog een uur aan en wordt de kleine dame steeds meer onhandelbaar. Gelukkig is hij daar, mijn steun en toeverlaat, de papa die het nu over een andere boeg gaat gooien. De boeg waar ik nooit voor had gekozen, maar die wel resultaat heeft. Hij presteert het om haar in slaap te krijgen door haar een minuut of 10 in een houdgreep te houden, en je begrijpt het wel, daarop volgt gekrijs. Ik maak geen grapje, ik bedoel ook écht gekrijs. Waar ik ieder moment in huilen uit kan barsten, omdat mijn moederhart breekt, heb ik gelukkig aan mijn andere zijde, mijn zusje die mij probeert te kalmeren. En halleluja het is hem gelukt! Deze vlucht is het papa die dus nog zeker 2 uur, met zijn ruggengraat in een S-vorm mag blijven zitten, met op zijn arm een kind van een kilo of 12 en tussen zijn voeten een ontplofte luiertas. Zoals ik al zei: Alles voor de nachtrust van mijn meisje en die van het hele vliegtuig.

Hoe ongelofelijk ook, voor ik het weet, zit ik gewoon weer op mijn eigen vertrouwde bank, achter mijn eigen vertrouwde laptop, met op de achtergrond het keiharde gekletter van een typisch Nederlands zomerverschijnsel: regen!

Ja hoor, wat mij betreft kan het volgende feest beginnen:
We gaan aftellen naar kerst!

Campinglife

Inmiddels is onze zomervakantie begonnen (HOERAAAA) en om de vakantie af te trappen, zijn wij dit weekend naar de camping geweest. Burgerlijk, als gezinnetje, naar vrienden.

Op de dag van vertrek leggen we ons meisje ’s middags extra vroeg op bed, zodat ze hopelijk weer op tijd wakker wordt en we dus op een enigszins schappelijke tijd kunnen vertrekken. Wanneer zij slaapt, en precies op zo’n dag heeft zij daar dus een andere mening over, pakken wij de auto in. Nouja, je kent het wel: mama pakt alles in en papa propt het in de auto. Uiteindelijk zit de auto zo vol dat de buren denken dat we een wereldreis gaan maken en waarschijnlijk zijn we daar ook nog bijna op voorbereid. Opgestapeld ‘op z’n papa’s’, de luiertas inclusief speeltjes, koekjes en flesje onder het campingbedje en de koelbox dusdanig ver weg, dat we onderweg meteen moeten stoppen om wat te drinken voor onszelf te scoren. Eenmaal de deur uit, bedenken we ons aan het eind van de straat, gelukkig daar, dat we iets essentieels zijn vergeten: opladers. Wie kan er tegenwoordig nog zonder…

Eenmaal op de camping, doen we wat men op de camping hoort te doen, weer of geen weer!

De BBQ gaat aan, we eten onszelf zo goed als vol aan het stokbrood, eten ook nog eens zoveel vlees als we normaal in een week eten en overal gaat kruidenboter of saus op. Behalve als je ons meisje van anderhalf bent. Zij zit, zo zoet als ze soms is, anderhalf uur in de bekende, witte kinderstoel, van die grote winkelketen (dat ding is toch zó ideaal), met op haar blad een uit elkaar getrokken komkommertje, stokbroodje en worstje. In stukjes, eigenhandig gekneed en door elkaar gemixt. Alles wat je aan haar geeft, wordt grondig geïnspecteerd, in de mond gestopt, er nog even uitgehaald, waarna er 2 opties overblijven: de grond of nogmaals de mond. Terwijl andere, oudere kinderen om ons en de ideale witte stoel heen spelen, kijkt zij de tafel rond of er nog iets te halen valt. Iets wat haar gemakkelijk af gaat, met haar blonde krullen en grote blauwe puppyogen. Genieten XL.

Verder staat ons weekend in het teken van buiten zijn, zwemmen, beetje borrelen, socializen, spelen met andere kinderen (en alle ‘woefwoefs’ niet te vergeten) en gaan we op zaterdagavond, nog burgerlijker, naar de bingo. Zo sluiten Lars en ik een dealtje: ik mag, zonder kind, naar de bingo als hij later dit weekend, zonder kind, met zijn metaaldetector de bossen in mag. Win-Win, wat mij betreft.

Win-Win-Win moet ik eigenlijk zeggen.

Met nog net geen schaamrood op mijn wangen, sta ik binnen no time aan de prijzentafel. En beeld je in: aan de eerste tafel, direct naast de prijzentafel, zitten dus de ‘vaste gasten’. Oftewel de dames (en een enkele, verdwaalde heer) die al 100+ jaar op deze camping staan en dus iedere gast die langer dan een weekend komt, bij naam kennen. En mij dus niet… Na een ‘normale’ prijs, weet ik in de laatste ronde, ook nog eens een van de hoofdprijzen in de wacht te slepen, terwijl ik vanaf tafel 1 weinig ‘Bingo’ heb horen roepen. Tijdens het uitzoeken bedenk ik me spontaan, dat die grote doos met speelgoed, misschien helemaal niet in onze overvolle, wereldreisauto past. Maar dat maakt me niet uit, desnoods neemt Lars hem maar op schoot, ik kies die dure set. Die kan voorlopig nog wat maandjes op zolder logeren en aangezien de bingo maar €10 kostte, hebben wij het eerst dure, maar dus goedkope Sinterklaascadeau al binnen.

En dat in de zomervakantie, Win-Win-Winst.

Gek genoeg vliegt zo’n weekend altijd veel te snel voorbij, past alles weer in de auto en hoeft, godzijdank, niemand de hele terugreis te doorstaan met een flinke doos speelgoed op schoot. Zo rijden we, en rijden we, tot het etenstijd is, zingen we een liedje voor de overvolle achterbank (waar meer tassen liggen dan kinderen), laat onze dochter weten dat zij niet meer stil wil zitten, althans zo interpreteer ik die specifieke gil met het volume van een mishandelde kaketoe, dus stoppen we bij het eerstvolgende wegrestaurant. Een fastfoodketen waar ik er op de parkeerplaats achter kom, dat ik de kaketoegil verkeerd heb begrepen, want mevrouw is van haar knieën tot haar navel nat. Zeiknat… We besluiten dus snel via zo’n zuil iets te bestellen, Lars wacht op het eten en ik zoek het toilet. Nou ja, de verschoontafel, of hoe je dat ding wil noemen. Het kan me niet schelen, die kleding moet uit en wel nu. En ja hoor, wat een verrassing, daar moet je kleingeld (€0,70 cent, serieus?!) in gooien en laat Lars nu aan de andere kant van die fastfoodtent staan met de portemonnee. Dus besluit ik haar op de bank te leggen, ja, óp een verschoningsmatje, in een hoekje ergens ver achterin waar niemand zit te eten en dus niemand ons ziet. Niemand, behalve die ene schoonmaker, die ziet ons natuurlijk wel. Hij vertelt mij, in zijn gebrekkig Nederlands, dat ik dit hier echt niet mag doen en wijst naar de WC. Ik vertel hem, op standje ‘mishandelde moeder kaketoe’, dat ik net een bestelling van meer dan €20 heb gedaan, dus uit principe al niet ga betalen voor het toilet én dat ik de portemonnee niet heb meegenomen, omdat ik, gek genoeg, zo snel mogelijk mijn dochter om wil kleden. ‘Mag niet’ is het antwoord, waarop ik hem verzoek, nu op standje ‘mishandelde en bijna-ontploffende moeder kaketoe’, er dan maar een beveiliger bij te gaan halen om mij uit deze fastfoodtent te verwijderen. Ik ga door, mijn dochter krijst door en de schoonmaker gaat ook door. Door met lopen en geshockeerd kijken, hoe ik mijn dochter uit de kleren help.

En dan nu graag iets te eten…

Enkele minuten later komt Lars boven, blij als hij is, met onze bestelling. Halleluja, als ze Papa met patat ziet, kan ze opeens wel stoppen met krijsen. Ook die arme schoonmaker stopt met geschokt rond lopen. Sterker nog, mijn complimenten, hij komt zijn excuses aanbieden. Dat mag dan ook wel even gezegd worden. Verder probeert hij ons, volgens mij, iets duidelijk te maken dat het regels zijn en dat ik de luier wel in de prullenbak moet gooien. Je meent het?! Net of ik van plan was die overvolle luier 15 tafels verder bij het eerste de beste, etende echtpaar op tafel te gaan leggen. Maar vooruit, eind goed, al goed. Ze is weer droog, eet patat, likt aan het rietje van mijn milkshake en oogt gelukkig.

Gelukkig, net als ik ons weekend op de burgerlijke camping graag zou omschrijven. Even weg, in de natuur, met leuke mensen, en helemaal aan het begin van onze zomervakantie vol met nog meer gelukkige plannen. Wordt dus zeker vervolgd.

Zo ingewikkeld als het klinkt, zo simpel kan het geluk soms zijn…

Inpakstress

Juni, juli, augustus, vakantie tijd. Het hele jaar werken we (veel te) hard, dus in de zomer willen we massaal de deur uit. Gewoon, op ons dooie gemakkie, de hele dag een beetje relaxen. Vooral veel eten en drinken, lekker in de zon, camping, hotelletje, het maakt niet uit, maar in ieder geval geen kopzorgen.
HAHA, geen kopzorgen?

Voordat je op je bestemming bent, is het daar: kopzorg met een hoofdletter K én dikgedrukt:
Inpakstress.

Het kan een slechte eigenschap van mij alleen zijn, dat denk ik niet, maar ik ben dus een van die mensen die enorm veel last heeft van inpakstress. Waar Lars één dag, wat zeg ik, het liefst een paar uur voor vertrek, eens gaat bedenken waar zijn koffer eigenlijk is, denk ik al weken na over van alles. Over nuttige dingen, die ik mee moet nemen, of moet regelen, en over bullshit. Ik noem het maar even op z’n Hollands, gewoon zoals het is, ik weet zelf ook net zo goed, het is gewoon bullshit. Mocht ik die onzin dingen niet doen, of niet mee hebben, dan regel ik ze daar. Maar toch, ik kan er niks aan doen, ik schrik midden in de nacht wakker, 3 weken voor vertrek en denk dat ik wel moet zorgen dat dat mega grote badlaken gewassen is. En vrijwel direct corrigeer ik mezelf, want ik ga naar een 5 sterren All-in resort, dus ik hoef helemaal geen badlakens mee te nemen…

En we slapen weer verder…

Zonder kind, had ik hier al een handje van. ‘Een handje van’ klinkt alsof ik het zelf heel leuk vind, maar dat is dus echt niet zo. Ik heb er last van, écht, net als dat Lars er last van heeft. Of vul ik dat nu voor hem in, ik weet eigenlijk helemaal niet of Lars daar last van heeft. Het is op zich ook best wel makkelijk om gewoon te weten dat je vriendin toch alles, én nog veel meer, heeft ingepakt.

Zo roep je maar een kwaaltje en ik trek mijn medicijnkast open:

– Maagtabletten, diareeremmers, de hele mikmak: ze koken daar altijd met zoveel olie.
– Crèmetje voor dit, zalfje voor dat: ik loop namelijk altijd van alles op in zo’n land. Van uitslag tot eczeem, je wordt er doodziek van, zeker als je de juiste rommeltjes niet bij je hebt.
– Anti-muggen-citronella-stinkzooi, en mocht je dan toch gestoken worden, iets wat de prik weghaalt en wacht! Ik moet nog zo’n uitzuigsetje kopen.
– En natuurlijk de simpele paracetamols, overal goed voor en vergeet niet: all-in betekent ook all-in-alcohol.

(‘Zonder kind’ zei ik net hè, de laatste keer dat wij all-in-alcohol op vakantie gingen, was vóór de geboorte van onze dochter.)

Goed, dit jaar staat er dus weer een 5* resort op de planning en de voorbereidingen zijn, in mijn hoofd, al lang in volle gang. Er is oppas voor onze vogel geregeld, de nodige instructies heb ik uitgetypt en wel klaar staan. De verzekeringen en inentingen zijn geregeld, paspoorten vernieuwd. Stiekem heb ik op zolder al wat dingetjes klaargelegd, Lars heeft daar niks van door en verklaart me waarschijnlijk voor gek, maar gewoon, dingen die je niet zo vaak gebruikt, maar wel mee moet nemen. Dingen die me ineens te binnen schieten als ik naar het WK-vrouwenvoetbal kijk, en die ik dan ook meteen moet pakken, anders ben ik bang dat ik ze vergeet. Weken van te voren. En verder gaat het wel goed met me hoor…

Dit jaar wordt onze derde super de luxe vakantie met mijn vader, zusje, broertje en zwager, maar dit jaar wordt alles anders. De eerste keer met ons kleine meisje.

Opeens realiseer ik me, dat al die rommel me eigenlijk weinig kan schelen, als de spullen voor haar maar in orde zijn. Als ik in het vliegtuig maar luiers, drinken en speeltjes heb en als we de vliegreis maar overleven. Overleven in de zin van dat ze het niet, 3 ½  uur lang, op een krijsen zet, of de hele tijd in de stoel van degene voor me zit te trappen, want GOD wat heb ik daar zelf een hekel aan. Oja en als m’n buggy maar mee mag, want zo’n kindje van anderhalf in een draagdoek met 35 graden. Nee, dat lijkt me maar niks.

Zo kom ik tot de conclusie dat alles wat ik altijd zo belangrijk vond, ineens niet belangrijk genoeg meer is, nu wij de zorg dragen voor ons kleine meisje.

Ons kleine meisje dat binnenkort iedere dag met haar dikke zwemluier in het zwembad ligt.

Ons kleine meisje dat met haar jaloersmakende blonde lokken en grote blauwe ogen, menig turkse man om haar vinger gaat winden.

Ons kleine meisje dat geen idee heeft van wat haar te wachten staat en dus ook geen inpakstress heeft.

Ons kleine meisje: Wat een rijkdom

De festivalzomer van een mama

Het is juni, het festival seizoen is voor velen al in volle gang. Als ik mijn facebook open, is het eerste en waarschijnlijk het laatste bericht dat ik zie, een foto van een stel die hard party animals op een kneiterhard festival. Een van de jaarlijkse festivals waar mijn halve vriendengroep heen gaat en een van de jaarlijkse festivals waar ik, tot een paar jaar geleden, ieder jaar vol positieve spanning naar uit keek.

Het laatste weekend van juni, stond jaren gemarkeerd in mijn agenda als het begin van mijn festivalzomer. Mijn festivalzomer die er meestal uit zag als ‘weekend op-weekend af’. Oftewel: naar Defqon, weekendje rust, Free Festival, weekendje rust, Dominator, paar weekendjes rust, Mysteryland, Decibel en in september aangekomen, de grote vraag:

‘Waar is de zomer eigenlijk gebleven?!’

Vrijwel ieder jaar hanteerden we een regenplan of Defqon, en een extreme-hitte-survival-plan op Dominator. Ik kan je vertellen: 30 graden en er overheen, is pittig op zo’n festival. Maar ‘Moeder Overste’ was altijd overal op voorbereid: zwemspullen, zonnebrand, waterpistolen, zonnebrillen, alles ging mee voor een heerlijke dag op het strand van Eersel. 6 jaar op rij, met recht mijn grote favoriet, laste ik in 2017 een pauze in, gezien mijn zwangerschap. Met een heel dubbel gevoel zette ik ’s ochtends mijn partyvriendjes en vriendinnetje af op de Kiss en Ride, waarna ik mezelf heb getroost met een dagje shoppen. Geen vervelend alternatief, maar het komt never nooit in de buurt bij een goeie, keiharde party als Dominator. Nog altijd mijn favoriet, was dit het enige, festival dat ik gepland had voor de zomer na de geboorte van ons meisje. Dochtertjelief een nachtje bij oma logeren en daar gingen we weer, als vanouds met tropische temperaturen, met de partybus naar Eersel.

Nou klinkt dit net alsof alles op zo’n dag hetzelfde is als zonder kinderen, maar niets is minder waar.

De voorbereiding voor zo’n dagje vergt nu niet alleen meer het boeken van een busreis of weekend weg, het kopen van een kaartje en het inpakken van wat spullen. Nee, dit jaar brachten wij onze dochter dus onder bij oma, pakten we voor zowel haar, als voor onszelf, de nodige spullen in. En op het festival zelf, stond ik met mijn tasje bij de EHBO, met de vraag of ik daar misschien even mocht kolven. Ja serieus, ook dat gaat gewoon door. Dus daar zat ik , tussen de oververhitte feestbeesten, gewonde ongeluksvogeltjes en tussen de stoere mannen die net iets te diep in het glaasje hadden gekeken. Naast een beveiliger die de administratie zat te doen en waarvan ik zijn ogen, tijdens ons gesprek, steeds omlaag af zag glijden naar mijn kolf, heus niet naar mijn borsten, nee, hij was gewoon geïnteresseerd in mijn dubbele, elektrische, super-de-luxe, uit China geïmporteerde borstkolf. Terwijl hij niet oplette, maakte ik nog snel een selfie, want, als ik eerlijk mag zijn, vond ik het zelf nogal een grappige gewaarwording.

De hitte op Dominator zal voor menig festivalganger net zo herkenbaar zijn als de gratis regendouches op Mysteryland.

De jaren dat ik op Mysteryland heb gestaan tenminste, mocht je blij zijn dat je je schoenen niet verloor in de bagger, ontstond er een sloot dwars door de Q-dance menigte, kon je van de berg af moddersleeën op een kartonnen bierblaadje en brak je je nek over alle, als oud vuil gedumpte, maar oh zo handige (de naam zegt het al) wegwerp poncho’s. Op zich allemaal best grappig hoor, maar toch valt je festival dan letterlijk en figuurlijk in het water.

Maar goed…

Terwijl ik dit weekend in de tuin levend zit te verbranden, ben ik stiekem nogal verbaasd dat het vandaag het laatste weekend van juni is. Het laatste weekend van juni, is voor degenen die niet zo bekend zijn in de festivalwereld, namelijk hét Defqon-weekend. De temperaturen van vandaag worden door veel liefhebbers van de hardere stijlen, gelinkt aan menig festival, maar eigenlijk door weinig mensen aan Defqon. Het Defqon dat al jaren geteisterd wordt door regen en rotweer. Het Defqon dat anno 2019 ein-de-lijk een zonovergoten festival wordt. Het Defqon anno 2019, is uiteraard het jaar dat wij niet meer gaan…

Want vandaag zoeken wij, hoe burgerlijk, verkoeling in eigen tuin, in de welbekende roze (of blauwe) schelp, met een ijskoude kan limonade op tafel. Voor vanavond hebben we een muzikaal alternatief op de planning staan, geen Defqon, het komt niet eens in de buurt, maar het jaarlijkse muziekfeest hier in het dorp. Het zal ongetwijfeld een enorm gezellige avond worden, maar in gedachte ben ik op zulke dagen toch echt nog een jong partychicky, die kickt op keiharde bass, brute lasersshows met vuurwerk en heerlijk zomerweer op de dikste en duurste festivals van het land.

Voor iedereen die dit weekend, met deze temperaturen, wel op Defqon staat: let op jezelf en vooral op elkaar, drink genoeg, maar niet te veel en het is moeilijk, i know: maar doe een beetje rustiger aan dan in de plenzende regen.
Geniet!

Als jij eens wist…

Als jij eens wist, hoe trots ik was,
en echt nog altijd ben.

Als jij eens wist, hoe gek jij bent,
en ik mijzelf herken.

Als jij eens wist, hoe leuk ik jou vind,
en al helemaal als Tante Syl.

Als jij eens wist, hoe belangrijk je bent,
dan word ik stiekem een beetje stil.

Hoera,
Voor mijn lieve, kleine zusje.
Voor die grappige, gekke tante.
Gefeliciteerd met je 24e verjaardag!