Vakantiemodus

Ik zal deze blog beginnen met verontschuldigingen naar mijn lieve, trouwe volgers, naar mijn alter ego Mama-Ri, naar iedereen die mijn ‘sorry’ ontvangen wil. Ik ben echt heel lui geweest: Ik heb gewoon bijna 3 weken geen fatsoenlijke blog geschreven, terwijl mijn streven was om iedere week bij te blijven. Mijn laatste blog Campinglife was de aftrap van onze zomervakantie en ik ben me er bewust van dat ik het woord vakantie daarna wel erg serieus heb genomen. Daarom wil ik het bij deze proberen goed te maken met een extra lange blog over onze vakantietaferelen.  

Komt ‘ie dan hè!

Zeker vanaf begin juli kropen de dagen voorbij terwijl wij aan het aftellen waren naar ons avontuur. Hoe oud je ook bent, het aftellen naar je vakantie blijft best leuk. Leuk en een ietsiepietsie beetje stressvol tegelijk, zoals jullie hebben kunnen lezen in mijn eerdere blog: Inpakstress. Af en toe sturen we in de groepsapp aftel-berichtjes, hele flauwe, met het aantal dagen, uren, minuten tot ons vertrek. In diezelfde app houden we elkaar op de hoogte over de laatste recensies en ik wijs mijn medereizigers vooral heel graag op de nieuwste filmpjes van het enorme buffet aldaar. Als je ons ziet, zou je het waarschijnlijk niet zeggen, maar wij zijn gék op eten. Dus wat mag er niet ontbreken aan een goede vakantie? Juist:

FOOD

Eerder schreef ik dus over de voorbereidingen van onze eerste, echte vakantie met onze dochter van anderhalf. Voor de oplettende lezer: 1 jaar en 7 maanden, oftewel (ik voel een allergie opkomen) 19 maanden. Ja, helder, je weet wel, gewoon een jong kind met een enorme eigen wil. Een jong kind waarvan ik dacht, of stiekem hoopte, dat ze heerlijk zou gaan slapen onderweg naar onze bestemming. Want wat hadden wij twee top vluchttijden joh! ’s Ochtends om half 6 heen en ’s avonds om half 10 pas weer terug. Hierdoor konden we optimaal gebruik maken van onze vakantiedagen. Ideaal en optimaal.

Maar niets is wat het lijkt met een kind van anderhalf…

Op de vertrekdag ben ik zenuwachtig as hell, vraag me niet waarom, ik heb namelijk alles al weken prima onder controle. In mijn hoofd kan ik relativeren wat ik wil, maar die spanning in mijn lijf blijft zitten waar die zit. (Gevalletje: accepteer het nou maar, anders heb je er alleen maar meer last van.) Zo rommelen we de laatste dag wat aan en doen we een poging om, vrijwel tegelijk met ons meisje, naar bed te gaan om in ieder geval een paar uurtjes slaap te pakken. Half 8 naar bed, je raadt het niet, we doen natuurlijk geen oog dicht. Dus besluiten we na een heleboel gemopper en gedraai, een half uur eerder dan nodig, uit bed te gaan. Lars brengt de koffers naar mijn vader (ideaal, de goede man woont een straat verderop) en ik pak de laatste dingen voor in de handbagage. Wanneer ik uiteindelijk ons meisje uit bed haal, begroet ze me alsof het de normaalste zaak van de wereld is om om 1 uur ’s nachts uit bed gehaald te worden. Zo rustig mogelijk zeggen we beneden ons gevleugelde meisje gedag (niet dat zij teruggroet als ze ligt te slapen, maar oké) en zo vertrekken we richting mijn vader. Ook opa en ome ‘Coco’ hebben een ietwat afwijkende nachtrust gehad, ze staan nog net niet achter de voordeur op ons te wachten en duiken vrijwel direct de kinderwagen in. En ja hoor, midden in de nacht, maar onze kleine reiziger staat de komende nacht dus gewoon AAN.

Helemaal super, of toch niet.

De taxi staat vrij snel voor de deur, dat is op zich helemaal super. Hij heeft alleen niet de aangevraagde kinderstoel bij zich, maar goed, ik laat me niet kennen en neem haar ‘wel even’ op schoot. Als het straks drieënhalf uur moet, dan lukt dit ritje van een kwartier ook wel. Nou niet echt, maar we komen aan op de luchthaven en staan er verder maar niet te lang bij stil. We lopen zo snel mogelijk naar ‘Tate’ (tante) en Ome ‘Toto’ met onze koffers op zo’n vliegveldkar, zo’n klereding dat alleen rijdt als je de dubbele handgreep inknijpt, waar je echt enorme (sterke) handen voor nodig hebt. Mooi geregeld, deze mama zorgt voor haar kleine meisje en iemand anders regelt die rotte kofferkar maar. We checken de koffers in, deze blijven lekker op de weegschaal staan, er is een storing. Achter ons vormt een enorme rij, maar ons geeft het niks, onze koffers zijn gewogen dus wij mogen doorlopen. Door proberen te lopen want onze tickets werken niet. Blijft raar als je bij de verkeerde gate probeert in te checken. Onze vakantie begint al weer erg typisch, als zeg ik het zelf.

Het went hoor, echt.

Na de douane eten we een veel te dure burger, we drinken een veel te dure kop koffie om de nacht te overleven en vertrekken richting het vliegtuig. De kleine dame is inmiddels echt niet meer van plan in de kinderwagen te blijven zitten en vliegt als een soort pingpongbal door de enorme hallen van de luchthaven. Ze trekt dan ook redelijk wat bekijks: ze kruipt onder de meest onmogelijke hekjes door, breekt bijna haar hele lichaam terwijl die lieve vrouwenstem nog roept: ‘Mind your step’ en ze kust wildvreemde kinderen die ook geen oog dicht hebben gedaan vannacht. Gelukkig kunnen mensen wel lachen om haar en haar ongeremde gedrag en zo zorgt ze voor wat vertier voor menig wachtende reiziger. Om half 6 zitten we dan eindelijk in het vliegtuig, ze is nog altijd spring- en springlevend en ik begin toch wel lichtelijk te vrezen voor de komende drieënhalf uur. Tijdens die paar uur wachten op de luchthaven, spoken er normaal allerlei onnozele vragen door mijn hoofd, maar deze was mij nog niet bekend:

‘Hoelang zal ze dit nog volhouden?’

Het antwoord komt vrij snel: ongeveer een uur. Na een spelletje, een filmpje, een knuffel en een schone luier, komt daar de verlossing: een lekkere, volle fles en haar ogen vallen dicht. Zo zit ik dus nog zeker 2 uur, met mijn ruggengraat in een S-vorm, op mijn arm een kind van een kilo of 12, tussen mijn voeten een ontplofte luiertas met alle crisisbenodigdheden voor een vierling en het enige dat ik kan doen, is met mijn  andere arm het raampje naast mij open en dicht doen of iets proberen te pakken wat binnen handbereik ligt. Alles voor de nachtrust van mijn meisje. Grapje, voor de nachtrust van het hele vliegtuig.

Spoiler!! Nou niet meteen doorscrollen, maar dit loopt op de terugweg nét iets anders.

De landing wordt ingezet.

Met dubbele gevoelens hoor ik een mannenstem vertellen dat de landing wordt ingezet. Ook vertelt hij wat de temperatuur en tijd op onze bestemming is en we worden vriendelijk, doch dringend, verzocht onze gordels om te doen. Dus ook die kindergordel… Terwijl ik eigenlijk heel blij ben dat ze nog even slaapt, wurmen Lars en ik haar samen, op zeer subtiele wijze in haar eigen gordeltje, terwijl ik een poging doe mijn gordel vast te klikken met een kind languit op schoot. Ze gaf tijdens het opstijgen geen kick, toch vind ik de daling ook best spannend, maar waarom?! Als we bijna op de grond staan, doet mevrouw haar ogen een keer open, de motoren beginnen te remmen en haar reactie is enkel: ‘Waaaauuuw’.

Hallo Turkije!

Held die hij is, heeft mijn vader een hotel uitgezocht dat heel dichtbij de luchthaven ligt. Ik zal het nog sterker vertellen, we stappen niet in zo’n touringcar, maar in een 6 persoonsbusje met geblindeerde ramen en leren bekleding waarin we direct gratis flesjes water aangeboden krijgen. Wederom geen kinderstoel, daar doen ze in Turkije niet aan. Dus, hoppa, met de kleine druktemaker in het midden vertrekken we nu écht naar ons hotel. Als niet een van ons zijn koffer had laten staan, maar deze is gelukkig snel terecht.

In het hotel aangekomen, leuk zo’n nachtvlucht, zijn de kamers nog niet klaar. Dus als schrale troost, duiken we direct het restaurant in voor ons ontbijt. Hierop volgt een rare dag, zonder ritme. Volgens mij doen we allemaal mee aan het middagslaapje van de kleinste, testen we even de watertemperatuur in één van de zwembaden, eten we wat, bestellen we een paar Mojito’s en belanden vrij op tijd in bed, omdat iedereen kapot is.

(Een klein pijnlijk festivalmama-momentje: We maken nog een paar foto’s met de Dominator-vlag die ik gewonnen heb en sturen deze naar de organisatie. De meest uiteenlopende emoties maken ruzie in mijn festivalmama-hoofd. Eigenlijk kon ik hem namelijk laten signeren door mijn favoriete DJ (Korsakoff) op mijn favoriete festival, maar de dag dat Dominator is, zat ik dus al in Turkije. Goed… Het doet zeer, maar ik waag later zeker nog een poging….)

De volgende dag zorgen we dat we op tijd bij de reisleidster zijn, we luisteren naar haar verhaal over veel te dure excursies, vinden haar eigenlijk allemaal maar een opdringerig mens, we maken een vervolgafspraak voor die avond en vergeten die afspraak allemaal. Echt, per ongeluk…

En de daarop volgende dagen:

Nou moet ik bekennen dat de komende dagen veel op elkaar lijken. We doen een poging gezamenlijk te ontbijten, mijn favoriete maaltijd, ook al moet ik alleen. Iedere dag vers gebakken omeletten met wat je er maar op wilt, croissantjes, broodjes, tosti’s, worst, fruit, je kunt het zo gek niet bedenken, en ons meisje hapt overal wat mee. Niet echt overbodig met een gemiddelde temperatuur van 35 graden: we gaan zwemmen, glijden, bommetjes maken en ons meisje doet overal aan mee. Als het aan haar ligt, raast ze de hele dag door, maar we lassen verplicht een middagdutje in en doen daar zelf ook heerlijk aan mee. Het dinerbuffet gaat om 7 uur pas open, normaal gaat ze dan al naar bed, maar ze prikt gewoon weer een vorkje mee. ’s Avonds naar de kinderdisco, de shows in het amfitheater of shoppen in de stad en ons meisje gaat met ons mee. Soms verandert ons plan door haar krijsconcert, soms valt ze in slaap in de wagen, wij bewegen gewoon met haar mee.

Verder gaan we jetskiën, parasailen (uiteraard zonder kind), naar een markt in een stad verder op, we zoeken een telefoonwinkel omdat een van ons zijn waterdichte telefoon heeft weten te verdrinken, we kopen kleding, cadeautjes en souvenirs, oftewel we doen wat een toerist doet. Met of zonder kind. En dan nu een gênante bijkomstigheid met kind: we verontschuldigen onszelf 2 (!!!!) keer, tegenover alle ouders bij het kinderbad, omdat door onze dochter het bad moet worden gereinigd. Eigenlijk wil ik hier nooit meer aan terug denken en ik ga dan ook niet in detail uitleggen waar ik op doel, één ding weet ik wel: ik koop nooit meer zwemluiers bij die ene drogisterij….

Na ruim een week, breekt de laatste dag aan.

De dag waarop alle ouders nog altijd even aardig doen, maar ik mijzelf en mijn dochter eigenlijk niet meer durf te laten zien bij het kinderbad. Ze zeggen het allemaal en ik weet het ook heus wel, dit kan iedereen overkomen, maar ik schaam me de ogen uit mijn kop…

De laatste uurtjes…

De laatste uurtjes brengen we door in de lobby. We hebben, godzijdank, een kamer weten te behouden tot 3 uur, waardoor onze draak wel een middagslaapje heeft kunnen doen. De rit naar de luchthaven duurt langer dan de heenweg, deze keer mogen we wel mee met zo’n fantastische touringbus en zijn we zeker niet een van de laatste hotels waar hij mensen moet ophalen.

En dan komt het leukste deel van de vakantie…

Daar sta je dan, op een luchthaven die nog veel kan leren van die van ons. De rijen mensen lachen ons al toe, terwijl we de bus nog niet uit zijn. Eerst door een metaaldetector en fouillering. Echt niet dat ze je even helpen met je rondrennende dochter, dan wel met je kinderwagen op die band leggen. En een vraag beantwoorden? Ho maar! Ik kan het hem eigenlijk niet eens kwalijk nemen, hij wordt natuurlijk continu aangestaard door die enorme mensenmassa achter me. Dacht ik dat overleefd te hebben, kunnen we de koffers nog niet inchecken. Ik maak voor de kleine een flesje en loop wat heen en weer in die overvolle hal met mensen. Wát een prikkels, voor mij al, laat staan voor zo’n kleintje. Met een XL hydrofiel probeer ik haar hiervan af te schermen, maar wat is er nou leuker dan die doek van de wagen af te trekken. Poging 1 is mislukt en maar goed ook, want na de koffers en de douane volgt er spontaan nog een metaaldetector en fouillering. Dus… Zij weer uit de kinderwagen, deze keer hebben we geleerd van de vorige controle dus mijn lieftallige familieleden zorgen voor onze handbagage en de kinderwagen. Ik loop met mijn dochter door de metaaldetector die nu opeens wel af gaat. Deze mevrouw is net zo aardig als de meneer bij de vorige controle en roept: ‘Baby’, terwijl ze mijn dochter uit mijn handen grist en gebaart dat ik nog een keer door de detector moet. Dit keer gaat hij niet af, mijn zusje zorgt dat de wagen klaar staat, we worden nog even vluchtig gefouilleerd en dan zou je toch wel zeggen dat je de controles gehad hebt. Tot we bij de gate in de zoveelste rij gaan staan, waar serieus mensen hun hele tassen worden leeggehaald en gecontroleerd worden op drugs of explosieven, ik heb eigenlijk geen idee. In ieder geval, ook al heb ik niks te vrezen, hier word ik toch vrij moedeloos van. Mijn gebeden worden gehoord, uh nee daar doe ik niet aan, maar gelukkig mogen wij zo doorlopen de bus in.

Inmiddels is het bijna half 10 en nog steeds slaapt het meisje niet.

Weer begin ik me zorgen te maken, dit kan twee kanten op en helaas, deze ronde valt het kwartje de verkeerde kant op. Na tien spelletjes, tien filmpjes, tien knuffels en een schone luier, komt daar de zoveelste fles, maar haar ogen vallen niet dicht. Zo tobben we nog een uur aan en wordt de kleine dame steeds meer onhandelbaar. Gelukkig is hij daar, mijn steun en toeverlaat, de papa die het nu over een andere boeg gaat gooien. De boeg waar ik nooit voor had gekozen, maar die wel resultaat heeft. Hij presteert het om haar in slaap te krijgen door haar een minuut of 10 in een houdgreep te houden, en je begrijpt het wel, daarop volgt gekrijs. Ik maak geen grapje, ik bedoel ook écht gekrijs. Waar ik ieder moment in huilen uit kan barsten, omdat mijn moederhart breekt, heb ik gelukkig aan mijn andere zijde, mijn zusje die mij probeert te kalmeren. En halleluja het is hem gelukt! Deze vlucht is het papa die dus nog zeker 2 uur, met zijn ruggengraat in een S-vorm mag blijven zitten, met op zijn arm een kind van een kilo of 12 en tussen zijn voeten een ontplofte luiertas. Zoals ik al zei: Alles voor de nachtrust van mijn meisje en die van het hele vliegtuig.

Hoe ongelofelijk ook, voor ik het weet, zit ik gewoon weer op mijn eigen vertrouwde bank, achter mijn eigen vertrouwde laptop, met op de achtergrond het keiharde gekletter van een typisch Nederlands zomerverschijnsel: regen!

Ja hoor, wat mij betreft kan het volgende feest beginnen:
We gaan aftellen naar kerst!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s